Spelen met je hond

trainen

Spelen is als onderdeel van opvoeding en gehoorzaamheid een oefening op zich. Goed spelen met je hond, daar moet je vaardigheid in krijgen. Door met je hond te spelen maak je hem baasgericht. Daardoor let hij beter op je, reageert hij beter op je, en luistert hij beter naar je. Hoe zet je de hond tot spelen aan, en wat zijn goede spelvormen? Goed spelen met je hond moet je jezelf eigen leren maken. Wanneer je jezelf niet volledig en vol overgave in het spel betrekt, is de lol er gauw af.. De hond verliest de interesse, en richt zijn aandacht op andere zaken. Een goed spelcontact tussen baas en hond is alleen mogelijk wanneer de baas de onverdeelde aandacht heeft. Wanneer je met je hond speelt, trek je dan niets van je omgeving aan. Voel je je beschroomd omdat naar jouw gevoel de hele buurt naar je capriolen loopt te staren, dan kun je nooit écht intens met je hond spelen!

We hebben voor een aantal spelvormen gekozen die wat extra dimensie geven aan de dagelijkse wandeling, en die tevens in belangrijke mate bijdragen aan de aandachtgerichtheid van de hond. Honden zijn het vaak zo gewoon dat ze door de baas in het oog worden gehouden, dat ze niet meer op de baas letten. De hond kan zijn aandacht dus geheel en al op de omgeving richten, erop vertrouwend dat de baas wel volgt. De hond dwaalt eerder af, want wat zou je je als hond druk maken, met een baas die vanzelf wel opdraaft?

Verstoppertje spelen

Een goed spel, waarbij de hond de baas in het oog leert houden, is verstoppertje. In eerste instantie moet de hond daartoe minder aandacht krijgen dan hij is gewend. Dat betekent geen dingen doen die je normaal gesproken doet om hem maar in de buurt te houden (niet roepen, niet wachten, niet achter hem aan gaan).De hond mag niet voorbereid zijn op wat er gaat gebeuren. En dan ineens duik je weg, achter een boom of zo. De hond, die (nog) niet oplet, komt er meestal pas na een paar minuten achter dat hij je mist. Het begin is er. In plaats van dat de baas naar zijn hond op zoek gaat, gaat de hond nu op zoek naar zijn baas.

En dan ineens, spring je vrolijk te voorschijn, vol enthousiasme over de hereniging. De hond, toch lichtelijk ongerust geraakt, wordt aangestoken door je enthousiasme en vindt het eigenlijk wel een spannend spelletje! Hij blijft alvast wat dichter in de buurt, want van die grote verdwijntruc wil hij het zijne wel even weten. De hond toont zich nieuwsgierig voor het doen en laten van de baas en dat is een goed teken. Natuurlijk moet dit spelletje ook weer niet te vaak gebeuren. De truc is om de hond blijvend alert te houden, en dat gebeurt natuurlijk niet als je continue achter bomen wegspringt. Juist op die momenten dat de hond wat te veel eigen initiatief gaat vertonen, pas je het trucje weer even toe.

Breng ook variatie in het spel. Het moet niet voorspelbaar worden. Niet altijd dezelfde plek, dezelfde boom en dezelfde route aanhouden. Soms laat je je vinden en soms spring je zelf te voorschijn, soms ren je de hond tegemoet en soms ren je van hem weg. Is je hond een echte struiner, maar laat je hem ondanks dat toch graag los lopen, dan is deze foef een echte aanrader.

Speurspelletjes

Een ander leuk spelletje, wat tevens aangelijnd kan gebeuren, is een zoekspel. Daarbij laat je een speeltje, wat je omzichtig in je hand "verstopt" hebt zitten - en wat de hond dus al nieuwsgierig maakt (hee, wat heeft de baas daar?) onopvallend in het gras vallen. Vervolgens speur je heel geconcentreerd de grond af, en de hond speurt wel mee (honden zijn razend nieuwsgierig), waarbij je de bodem hier en daar aan een nader onderzoek onderwerpt, je port eens in de aarde, bestudeert een graspol en je moedigt de hond aan te helpen zoeken.

De aandacht is nu gevangen, de hond wil, koste wat het kost, weten waar de baas zo gefixeerd op is. De hond werkt hard mee, al is het alleen maar om de vondst als eerste te bemachtigen. De ene keer vindt je het zelf, de andere keer laat je het de hond als eerste vinden. Honden zijn dol op speur- en zoekspelletjes, want het is tenslotte een neusdier, en het samen speuren schept een band. De baas houdt zich hier echt bezig met groepsgedrag en, van nature een roedeldier, vindt een hond het heerlijk om zich voor een taak gesteld te zien waar gezamenlijk aan gewerkt kan worden.

Ren- en huppelspelletjes

Houden de aandacht ook goed vast, vooral ook weer door het spanningselement. Ineens zet de baas het op een lopen, staat even plotseling weer stil, loopt dan ineens achteruit, maakt een snelle wending, etc. Wel even opletten of het bij de hond niet al te veel opwinding veroorzaakt. Bij het zien van zoveel bewegingsactiviteit kunnen sommige honden hun enthousiasme niet binnen de perken houden en happen naar de handen, hangen in een mouw of springen hard tegen de baas aan.

Apporteren

Een weggegooid speeltje wil de hond meestal wel achterna rennen. Hij wil het ook nog wel pakken, maar terugbrengen, ho maar. Daarmee trekt de hond de spelregels naar zich toe. Hij gaat er met het speeltje vandoor en geeft de baas het nakijken. En misschien toont de hond helemaal geen interesse. Tot het moment waarop de baas het dan maar zelf gaat ophalen. Dan komt de hond in actie. Gauw weggrissen, voordat de baas het pakt, en een eindje verderop gaan staan blaffen, vragend om herhaling van dat geinige moment. Want wat is er nou leuker dan om de baas voor je te laten draven? Het is niet eenvoudig om een hond te leren apporteren. Onbedoeld en onbewust kunnen we er verkeerd gedrag mee aanleren, zoals bovenstaande voorbeelden.

Aan de andere kant schept het apporteerspel (mits goed aangeleerd) een legio aan gewenst gedrag: het versterkt de band met je hond, je conditioneert de hond op het komen, en het voorkomt het optreden van ongewenst gedrag. Immers, het spel eist alle aandacht op, zodat andere honden (dominant gedrag), fietsers (najagen), wandelaars (opspringen), en wat al niet meer waar een hond afleiding in vindt, worden vergeten.
Bij het leren apporteren dien je de aandacht te vestigen op een voorwerp. Daartoe houdt de baas een speeltje in zijn of haar eigendom. Het speeltje is dus jouw eigendom, de hond mag er nooit alleen mee spelen. Stop het speeltje steeds in dezelfde zak en leg het thuis steeds weg op dezelfde plaats. De aantrekkingskracht van het speeltje wordt groter als het in bezit van een ander is.

Met behulp van het speeltje hou je de aandacht van de hond vast. Daartoe haal je het zo nu en dan te voorschijn. De bedoeling is dat de nieuwsgierigheid van de hond wordt geprikkeld. Een beetje friemelen, een beetje geheimzinnig doen, de hond heel even eraan laten snuffelen, en het speeltje wordt weer opgeborgen, dus op het hoogtepunt van de aandacht. De volgende stap is beweeglijkheid geven aan het speeltje. Daartoe gooi je het in de lucht, vang het op, gooi het van de ene in de andere hand over, kortom, de interactie tussen baas en speeltje moet vooral levendig zijn! Ook hier geldt: op tijd stoppen, dus op een moment dat de hond nog vol aandacht is.

Interesse wekken

Is de interesse eenmaal onvoorwaardelijk gewekt, dan wordt de hond uitgenodigd om aan het spel deel te nemen. Daartoe mag de hond het speeltje even vastpakken, maar nog niet veroveren (je houdt het speeltje dus vast). Tevens ga je de hond trainen op het commando "los". Daartoe hou je je hand stil (dus niet trekken aan het speeltje!). Hou met je andere hand een brokje voor zijn neus en probeer dat te ruilen met het speeltje. Op het moment dat de hond loslaat, geef je het commando los. Trapt de hond niet in het ruilhandeltje, probeer dan iets echt lekkers, bijvoorbeeld een stukje kaas. Laat de hond dan nog niet los, ga dan niet sjorren, maar probeer de situatie te negeren.

Wel vasthouden natuurlijk, maar besteed geen enkele aandacht aan de hond. Als de competitie wegvalt, dan is het lolletje er snel van af. Een laatste optie (voor de echte vasthouders) is met de vingers van je vrije hand dwang uitoefenen (rustig en beheerst) op de wangen. Het spelletje moet leuk blijven. Probeer je met grof geweld het speeltje uit zijn kaken te wrikken, dan wil de hond nooit meer spelen op die manier, of hij speelt alleen nog om te winnen (trekken over en weer geeft competitie!)

Apporteerlust

Is de hond min of meer speeltjesgek gemaakt, dan begint eindelijk het echte werk. Om controle over het spel te houden (voorkomen dat de hond er met het speeltje vandoor gaat) begin je in eerste instantie altijd aangelijnd. Hond aan een lange lijn, speeltje spelen, en de hond mag dit keer het speeltje veroveren (de baas staat het speeltje af). Roep de hond (vrolijk!) naar je toe (eventueel rustig aan de lijn binnenhalen), commando los, belonen! Spelletje herhalen. Nooit te lang achtereen. Twee, drie keer, en dan is het spel over ("genoeg!").Besluit elk spel-einde met wat lekkers (voerbeloning). Laat de hond het speeltje vallen, moedig hem dan 1x aan het speeltje op te pakken en alsnog te brengen. Weigert de hond, stop dan meteen met spelen. Pak het speeltje, en voor je het opbergt, vestig je er de aandacht op door er zelf nog even mee te spelen, waarbij het belangrijk is dat je de hond negeert. Daardoor voelt de hond zich buiten spel gezet. Zo leert hij het spel volgens de regels van de baas te spelen. De baas heeft hem niet nodig om te spelen, maar de hond wel de baas! De afstand bouw je vervolgens uit door het speeltje een eindje van je af te gooien, en de hond het op een vrolijk commando, bijvoorbeeld "pak maar!" te laten halen.

Pas als het apporteren er aan de lange lijn goed inzit, kun je het zonder lijn gaan proberen, en daarbij gooi je het speeltje steeds een stukje verder weg. Het officiële commando is overigens "apport!". Welk commando je gebruikt maakt in wezen niet uit, zolang je maar altijd hetzelfde woord gebruikt. Nog een laatste trucje: wat voor spel je ook doet met je hond, beëindig het altijd eerder dan de hond. Dat wil zeggen: stop op een moment dat de hond het spelletje nog leuk vindt. Zo zal hij er de volgende keer weer met plezier naar uitkijken. Zo hou je je hond alert, enthousiast en vooral baasgericht!