Probleemgedrag bij honden

vuurwerk

Voor het ontstaan van probleemgedrag zijn diverse oorzaken aan te wijzen. Het is essentieel voor het oplossen van gedragsproblemen om de juiste diagnose te stellen en de juiste motivatie achter het gedrag te ontdekken. Een verkeerde diagnose kan het probleemgedrag in hoog tempo enorm verergeren. We verwachten veel van onze honden, variërend van speelkameraad tot bewaker van huis en haard en ongeveer alles wat zich tussen deze twee uitersten bevindt. Ook willen we graag dat onze hond zich in iedere voorkomende situatie op de juiste wijze gedraagt. Binnenshuis en buitenshuis.

Laten we eerst signaleren wat probleemgedrag eigenlijk precies is. Het klinkt misschien vreemd maar in wezen is probleemgedrag normaal gedrag. Het wordt alleen op het verkeerde moment, in de verkeerde context of vorm en met name vaak in te hevige mate getoond. Onverkort houdt dit in dat bepaald gedrag door de eigenaar en/of de omgeving als problematisch of gevaarlijk ervaren word. We kunnen daarnaast ook nog onderscheid maken in “aangeboren” en “aangeleerd” gedrag. Aangeboren gedrag krijgt de hond al bij de geboorte mee, het is erfelijk bepaald. Dit gedrag kan heel makkelijk zichtbaar worden en heeft in veel gevallen niet veel activering nodig, het is in aanleg al aanwezig. Als voorbeeld kunnen we denken aan jagen. Daarentegen word aangeleerd gedrag gevormd door ervaring. Als voorbeeld hiervoor kan gedacht worden aan: de omgang met mensen, de omgang met soortgenoten, alleen kunnen zijn, etc.

Voor probleemgedrag zijn veelal meer oorzaken aan te wijzen, het is vaak een combinatie van factoren. Het is zaak uit te zoeken wat de “directe prikkel” precies is. Het gedrag van de hond moet zo exact mogelijk omschreven worden, waar reageert de hond precies op, wanneer en op welke plaats doet welk gedrag zich precies voor. Nemen we als voorbeeld agressie naar andere honden, dan zeggen we niet alleen:de hond vertoont agressie naar andere honden, maar bijvoorbeeld: de hond vertoont agressie naar kleine witte honden. Dan de context: reageert de hond altijd op elke kleine witte hond of reageert hij bijvoorbeeld uitsluitend als hij buiten aan de lijn loopt, met de eigenaar en dan op een afstand kleiner dan 15 meter en alleen naar onbekende kleine witte honden. Wanneer is de reactie er wel en wanneer is de reactie er niet. De ontwikkeling van het gedrag van de hond word bepaald door het effect van dat gedrag. Bij de ontwikkeling van (probleem)gedrag hebben we altijd te maken met bekrachtigende / belonende factoren. De “interne motivatie”, dat wat inwendig in de hond gebeurt en maakt dat hij specifiek op die ene prikkel in die ene context zo reageert.

Een aantal mogelijke oorzaken:

Genetische aanleg

Natuurlijk kan dit voor problemen zorgen, we hebben te maken met een karakter en een type. Honden die worden gefokt voor een bepaald doel, maar uiteindelijk helemaal niet voor dat doel gebruikt worden en eigenlijk verder ook nergens voor, kunnen zeker problemen geven. Het komt regelmatig voor dat er maar in zeer beperkte mate wordt geappelleerd aan de behoeften en bijbehorende mogelijkheden van een ras. Denk aan de schapendrijver die na een klein rondje door het park thuis een tukje zou moeten doen in zijn mand tot iemand genegen is hetzelfde rondje door het park nogmaals met hem af te leggen. Deze hond kan bij gebrek aan “werk” zelfstandig bezigheden gaan ontwikkelen waar menig eigenaar enorm van schrikt. Kinderen en katten worden doorlopend bijeen gedreven. De vullingen van de kussens van het bankstel, en niemand gelooft hoeveel inhoud er in zo’n bankstel zit tot je het ooit zelf hebt gezien, word aan nadere inspectie onderworpen. In een zeer korte tijd kan het interieur totaal en onherkenbaar “veranderen”. Een zelfde verhaal hoort bij de werkeloze jachthond.

Of als alternatief, de jachthond die op het moment dat de musketon van de riem word losgeklikt, dit ziet als startsein om in de verte te verdwijnen en achter alles wat beweegt aan te jagen. Kleine kinderen op fietsjes, fietsers in het algemeen, brommers, auto’s, joggers, skeelers, katten, andere honden, als er maar enig tempo in zit is het de moeite waard om achteraan te rossen. Agressie is ook zo’n vorm. Er zijn honden die speciaal gefokt zijn om de eigenaar en het territorium te bewaken en te verdedigen. Honden met een lage bijtdrempel. Dit kan inhouden dat ze eerder geneigd zijn agressie in te zetten en te bijten dan honden die niet voor dit doel gefokt zijn. Wat natuurlijk niet wil zeggen dat bijtincidenten niet in andere gevallen voorkomen, maar de kans op een incident is in sommige gevallen aanzienlijk groter.

Gebrekkige socialisatie

De laatste tijd is er in de media veel aandacht voor. Honden gekocht in dierenwinkels, via internet, de krant, of de broodfokker. Men laat zich niet voldoende voorlichten voor men tot aanschaf van een hond overgaat. Vooral in deze hoek word geen aandacht besteed aan enige vorm van socialisatie of habituatie. Wat nu ook weer niet wil zeggen dat alle overige fokkers hier wel aandacht aan besteden, er is in veel gevallen nog een lange weg te gaan. De laatste inzichten laten zien dat met socialiseren al vroeg, zelfs tussen de derde en vijfde week begonnen moet worden. Dit legt een grote verantwoordelijkheid bij de fokker. Een basis moet daar al gelegd zijn voor de hond zijn intrede bij de eigenaar doet. Vervolgens dient echter ook de eigenaar nog maandenlang de socialisatie voort te zetten.

Socialisatie is zowel in de primaire, eerste socialisatie periode, als in de secundaire, tweede socialisatie enorm belangrijk! Angstig reageren op uiteenlopende zaken, zoals bijvoorbeeld bij verschillende mensen en/of soortgenoten is in dergelijke gevallen een veelvoorkomend probleem. Een probleem wat vervolgens bijvoorbeeld agressie tot gevolg kan hebben. En zo rol je makkelijk van het een in het ander.

Agressie

Agressie is een bijzonder breed begrip. Alle dreig, verdedigings- en aanvalsgedrag vallen onder de noemer “agressie”. Het is niet zozeer een oorzaak van probleemgedrag als wel een gevolg hiervan. Hoewel het beter is hier op een ander moment meer uitgebreid op terug te komen wil ik het toch noemen. Iets wat zoveel verschillende oorzaken en prikkels kent maakt het essentieel dit exact uit te zoeken, daar de verschillende typen agressie een totaal andere aanpak vergen. Actie wordt meestal ondernomen omdat de eigenaar bang is dat het gezin en/of de omgeving gevaar lopen, of omdat de omgeving zelf alarm slaat.

Fysieke oorzaak

Een fysieke, lichamelijke oorzaak is iets wat, indien er sprake is van gedragsproblemen, vaak laat erkend, of herkend wordt. Het is iets waar altijd rekening mee gehouden moet worden. Een Kynologisch Gedragstherapeut zal, om deze mogelijkheid uit te schakelen, een cliënt in een aantal gevallen eerst doorsturen naar een dierenarts. Voor een therapie gestart wordt moet er zekerheid zijn dat het probleem geen fysieke achtergrond heeft. Een dierenarts zal in een omgekeerd geval als geconstateerd word dat bepaald probleemgedrag geen fysieke achtergrond heeft, de cliënt doorsturen naar d Kynologisch Gedragstherapeut. Een eenvoudig voorbeeld van een dergelijk gegeven is de hond die plotseling is gaan grommen en uiteindelijk zelfs bijten bij het omdoen van zijn halsband over zijn hoofd. Een mogelijke fysieke oorzaak zou een oorontsteking kunnen zijn, dit moet uitgesloten worden. Een hernia, artrose, spondylose, allemaal pijnlijke aandoeningen die de basis kunnen zijn van gedragsverandering.

De eerst tolerante hond kan nu niets meer velen. Een goed voorbeeld van hormonale activiteit die bij de teef voor afwijkend gedrag kan zorgen is schijnzwangerschap. Duidelijk is, dat voor een therapie ingezet kan worden eerst een fysieke oorzaak uigesloten moet worden. Toch kan het ook gebeuren dat probleemgedrag na het oplossen van de fysieke oorzaak niet verdwijnt. Hier moeten zowel de eigenaar als de dierenarts alert op zijn. De hond kan intussen geleerd hebben dat bepaald gedrag hem voordeel oplevert waardoor hij dit gedrag in stand zal houden ook als het fysieke probleem al opgelost is. Het is dan aangeleerd gedrag geworden.

Traumatische ervaring

Jammer genoeg niet altijd te voorkomen, bovendien zijn trauma’s er in vele maten en soorten. Als algemene definitie kun je aanhouden dat een traumatische ervaring te maken heeft met een prikkel, een stimulans die pijn en/of ernstige schrik veroorzaakt. In dit geval is het niet alleen belangrijk hoe de hond een traumatisch voorval ervaart en interpreteert, maar ook zeker hoe de eigenaar zich daarbij opstelt. Zelf schrikken is niet altijd te voorkomen, opspringen, schreeuwen, etc. zijn allemaal reacties die de hond zal opmerken en die zijn angst kunnen bekrachtigen, versterken. Het klopt in zijn hoofd, ook de eigenaar is ervaart het voorval als gevaarlijk. Schrikken is natuurlijk en niet te voorkomen. Herstellen daarna is eveneens natuurlijk, blijven hangen in een schrikreactie niet, dit geldt zowel voor hond als eigenaar. We mogen de hond best steun bieden na zo’n schrik moment. Dit kan bijvoorbeeld door hem geruststellend toe te spreken en indien mogelijk door te gaan met dat waar we mee bezig waren zodat we aangeven dat er niets ernstigs aan de hand is, het valt allemaal wel mee.

Sommige honden verheffen angst werkelijk tot kunst. Ze zijn subliem in het tonen hoe verschrikkelijk ze er op zo’n moment aan toe zijn. Twijfelen we over de aard van het getoonde gedrag dan kan de hulp van een kynologisch gedragstherapeut essentieel zijn om de signalen goed te herkennen en te interpreteren. Puppen die samen “spelen” zonder enig toezicht. De grote rouwdouwer die plompverloren bovenop het kleine timide typje gaat zitten zorgt ervoor dat het kleine timide typje geen positieve associatie zal hebben met de aanwezigheid van andere honden. Een volwassen hond die niet goed geleerd heeft hoe hij met puppen of kleine honden om hoort te gaan en ze aanvalt. Er zijn legio voorbeelden te bedenken die als trauma ervaren kunnen worden. Dit zal per hond en per karakter verschillen. Wij moeten hier alert op zijn.

Communicatiestoornis

Hier hebben we waarschijnlijk de grootste oorzaak van probleemgedrag te pakken. De communicatiestoornissen tussen mens en hond. Op het moment dat we tot de aanschaf van een hond overgaan is ons vaak maar weinig bekend over dit fenomeen “hond”. Mensen en honden spreken niet dezelfde taal. De verschillende talen staan soms zelfs lijnrecht tegenover elkaar. Wij denken dat we in onze taal, onze communicatie naar de hond vrij duidelijk zijn, maar vertaald naar de hond zeggen we soms precies het tegenovergestelde. Conditionering door de eigenaar van ongewenst gedrag speelt bij heel veel probleemgedrag een rol.

Bijvoorbeeld: de hond die voor het raam staat te blaffen naar voorbijgangers. De eigenaar staat vervolgens op en loopt richting de hond terwijl hij boven het geblaf uitschreeuwt dat “ het nu afgelopen moet zijn”. In onze taal vrij duidelijk zou je zeggen. De hond moet NU stoppen met dat kabaal. Maar vanuit de hond gezien is het duidelijk dat de eigenaar ook vind dat die voorbijganger daar weg moet, hij staat namelijk helemaal op om te komen kijken en blaft zelfs flink mee! Weg goede bedoelingen, omgekeerd effect. Zonder dat het zo bedoeld is heeft de eigenaar de hond bevestigd in zijn gedrag. Het is ook mogelijk dat de binding tussen hond en eigenaar niet in balans is. Mogelijk is er sprake van een te sterke binding, waardoor de eigenaar bij wijze van spreken niet eens naar het toilet kan zonder “de hond naast de pot te vinden”. In extreme gevallen is het voor de eigenaar niet meer mogelijk het huis te verlaten en de hond achter te laten, zonder dat deze in volslagen paniek raakt. De binding kan ook heel slecht zijn. Dit kan onder andere resulteren in weglopen. Bij gebrek aan aandacht voor zijn eigenaar heeft de hond juist alle tijd om zich op de omgeving te richten.

Wij mensen dichten honden allerlei menselijke eigenschappen toe, dit noemen we “antropomorfisme”. Een dergelijke uitleg kan eventueel het gedrag wel verduidelijken, maar honden en mensen reageren nu eenmaal niet gelijk of met dezelfde motivatie. Veel onbegrip en onjuiste interpretaties ontstaan hierdoor. Zonde, het is juist zo leuk om je te verdiepen in de taal van de hond.