Puppy

Fases van een puppy

slaap

Puppy's zijn honden in de leeftijd tot 16 weken. Dit is zo specifiek bepaald omdat een hond zich tot 16 weken razendsnel ontwikkelt en in die periode optimaal leert. Na 16 weken is de hond een jonge hond en wordt door honden anders behandeld. In de regel betekent dit dat er minder getolereerd wordt ofschoon dat uiteraard per hond en situatie anders kan zijn.

1 tot 2 weken

Als een hond geboren wordt, zijn de ogen en oren nog dicht. Hij kan nog niet lopen en alleen maar kleine piepgeluidjes maken. Deze geluidjes zijn nodig ter lokalisatie. Moeder zal hier instinctief op reageren en de pup voorzien van warmte, melk en veiligheid. Dit principe noemen we een sleutelprikkel.

Omdat puppies op deze leeftijd nog niet hun eigen lichaamstemperatuur op peil kunnen houden, liggen ze dicht tegen moeder en elkaar aan. Hun wereld bestaat uit geur en tast. Moeder activeert de darmen door erover te likken waarna de pups zich ontlasten. Dit wordt netjes door moeder opgeruimd. Rond dag 10 gaan de ogen en oren open en kan hij dus prikkels van buitenaf ontvangen.

2 tot 4 weken

In deze periode gaat de pup leren vallen en opstaan. Letterlijk. Hij leert hondentaal door te spelen met nestgenoten. De melktandjes komen door en die werken als signaal. Piept er een broertje of zusje, dan ben je te ver gegaan en stop je jouw gedrag. Al buitelend over elkaar heen vangen ze prooien en jagen elkaar na.

Dit is ook de periode dat hij kennis zal maken met andere mensen en de dagelijkse gang van zaken in huis. Hij went aan geluiden van de tv, stofzuiger en de bel. Aan het einde van deze periode beginnen ze met het eten van vast voedsel. Fokkers geven dan een papje van soms geweekte brokjes of gemalen vlees. Sommige moederhonden geven ook het eten op zoals wolven dat doen.

4 tot 7 weken

Nu laat moeder steeds vaker weten dat de melkbar gesloten is en begint de pups ook de corrigeren als ze nog willen drinken. Dat kan er soms heel hard aan toe gaan.Toch is dit een wezenlijk onderdeel van de opvoeding. Sommige fokkers halen de moederhond nu bij de pups weg omdat de tandjes te scherp zijn. Dit is onverstandig. Laat de natuur zijn gang gaan!

Pups worden steeds nieuwsgieriger en ondeugender. Je kunt ze geen seconde uit het oog verliezen. Ze kruipen overal in, achter en onder en ook de onderlinge spelletjes worden wat ruwer. Puppy's leren nu ook al te blaffen en beginnen uit te vogelen welk gedrag hen iets oplevert en welk gedrag hen niets oplevert. De hond in hem wordt wakker.

Aan het einde van deze periode is het afnemen van een puppytest ideaal. De pups kunnen nu al hun zintuigen gebruiken, ze zijn motorisch zo ver ontwikkeld dat ze kunnen lopen en rennen zonder dirct om te vallen. Toch reageren ze nog heel primair op prikkels omdat het leerproces nog niet volledig op gang is gekomen.

8 tot 12 weken

Tussen de 7 en 9 weken is de gunstige tijd om de pup te laten wennen aan zijn nieuwe thuis. Hij staat dan helemaal open voor nieuwe indrukken en de balans tussen angst en nieuwsgierigheid is in evenwicht.

Dit is een perfect moment om de pup kennis te laten maken met andere honden en mensen (socialisatie) en dingen en omstandigheden (habituatie). Ga vooral naar een puppyklas, bezoek de dierenarts (eerst zonder ellende handelingen) en loop een rondje door het dorp. Vanaf de 10e week neemt de nestbinding af en gaat de angstfase in. In deze periode neemt de pup een wat afwachtender houding aan.

Hij zal niet zo maar op nieuwe prikkels aflopen en is terughoudend of vlucht voor nieuwe prikkels. Als hij schrikt zal hij de veiligheid van zijn vertrouwde omgeving opzoeken en neemt de binding met eigenaar en andere gezinsleden toe.

12 tot 16 weken

De pup wordt nu meer en meer door andere honden gezien als hond. Gelijkwaardig dus. Volwassen honden worden minder tolerant waarbij het staarthangen en oren bijten gecorrigeerd gaat worden. De pup op zijn beurt gaat meten: ben jij leuk om mee te spelen, kan ik jou aan? Hij wordt brutaler en laat zich niet de kaas van het brood eten. Hij gaat ook zijn baas uittesten. Wat gebeurt er als ik lang genoeg blaf of heel lief met een scheef koppie ga zitten kijken?

Honden hebben in deze periode goede en duidelijke leiding nodig. Weet dus goed wat wel en niet mag en hou je daar aan. Honden kunnen zich gaan ontwikkelen als dwingeland als je geen grenzen stelt. Nu is de basis voor de rest van zijn leven.

De wereld van de hond

breeds

Een hond heeft voor heel andere dingen belangstelling dan mensen. Zo wil hij bijvoorbeeld zaken waar Wij aan voorbij lopen of zelfs onze neus voor ophalen best nader bestuderen. Weten hondenbaasjes eigenlijk wel waar hun hond naar kijkt, wat hij ruikt en wat hij allemaal hoort? Weten ze in wat voor wereld hun viervoeter leeft? Dat is eigenlijk wel nodig om het gedrag van het dier beter te kunnen begrijpen.

Neem het volgende voorbeeld. Een mens en zijn hond gaan samen wandelen in de stad. De baas loopt langs een kledingzaak en kijkt belangstellend naar de etalage. Vervolgens komt hij bij een boeken winkel waar hij de boeken en tijdschriften uitvoerig bekijkt. Voor de slagerswinkel heeft hij weinig belangstelling. De hond die met zijn baas op deze wandeling meeloopt, zal de wereld heel verschillend ervaren. Aan de kledingzaak loopt hij voorbij. De dingen die daar in de etalage hangen interesseren hem niet. De kledingstukken krijgen pas betekenis voor hem als de baas of een andere huisgenoot ze heeft gedragen en er een lichaamsgeur op heeft achtergelaten. Onze boeken interesseren hem ook niet. Ze zijn voor hem niets dan een onbelangrijke warboel van lijnen en vlakken met bovendien een weinig interessante geur.

De slagerswinkel boeit hem echter veel meer: de lucht van vlees en worst wekken zijn eetlust op en de geur van het vleesafval geeft hem de neiging daar eens flink in te gaan rollen. De hond vraagt zich af hoe zijn baas ongeinteresseerd aan een paaltje voorbij kan lopen dat even verderop staat. Elke reu die daar voorbij is gekomen, heeft er een stevige 'geurvlag' geplant. En, nadat hij de zijne er aan heeft toegevoegd, moet de hond dit eerst allemaal eens rustig be studeren voordat hij verder kan gaan.

Wel en niet interessant

Met name door deze verschillen in belangstelling leeft de mens in een heel andere wereld dan de hond. De belangstelling van het dier is zoals bij elk dier, beperkt tot wat voor hem direct van belang is. Het is de vraag of de hond de spiegel en de schilderijen aan de wand van de huiskamer van zijn baasje werkelijk waarneemt. Van alle dingen op tafel boeien slechts de borden hem, tenminste als die met eten gevuld zijn Het is zelfs niet duidelijk of hij ooit de hemel of de toppen van de bomen ziet, anders dan als achtergrond van een voorbijvliegende eend of een vluchtende kat die de veiligheid van een boom opzoekt.

Hoewel zijn gehoor zeer scherp is, weten we niet of de hond daadwerkelijk naar het gezang van de vogels luistert. Al deze dingen vallen buiten zijn belang stelling Zijn wereld is niet alleen anders, maar ook veel kleiner dan de onze. Mens en hond leven in kwalitatief verschillende werelden, hoe dicht we ook bij elkaar in dezelfde omgeving leven.

De verschillen

Wij kennen als mensen ook verschillen die voortkomen uit interesse. Wanneer een schilder, een bioloog en een ingenieur samen een wandeling door een landschap maken, zullen zij heel ver schillende dingen waarnemen als gevolg van hun verschillende belangstellingssferen. Ook bij dieren onderling verschilt de interesse zeer sterk: een koe heeft voor andere dingen aandacht dan een hond en neemt daardoor andere dingen waar. Terwijl een hond in een weiland de verschillende plantensoorten niet zal onder scheiden, zal een koe het muisje niet zien dat door het gras wegschiet. Deze aandacht hoort bij de vitale behoeften van elk dier. Vandaar dat niet alleen mens en dier onderling in heel verschillende werelden leven, maar ook dieren onderling.

We mogen niet vergeten dat de hond voor alles een reukdier is. Dit betekent dat zijn reukorgaan hem de meeste informatie levert en dat dit ook alle aspecten van zijn leven beheerst. In de tweede plaats komt het gehoor en pas op de derde plaats het zichtvermogen. Bij de mens overheerst het zichtvermogen. Dit is van groot belang bij het maken van vergelijkingen tussen mens en hond. Onze ruimte, dat wil zeggen de ruimte waarin wij leven, is optisch gebouwd. Wij onderscheiden voor, achter, boven en onder in de eerste plaats met onze ogen.

Een wereld van geuren

Als je je dit allemaal realiseert, kun je begrijpen hoe heel anders de hond onze menselijke omgeving beleeft. Want de hond leeft in een wereld van geuren. Zoals voor ons mensen het zichtbare meer betekent, zo zullen er voor de hond als het ware geurtorens zijn die zijn oriëntatie bepalen. Tenslotte moet je je bedenken dat de hond op vier poten loopt waardoor hij zijn hoofd dichter bij de grond draagt. Wij hebben nu eenmaal een andere lichaamsbouw en daarom een ander ruimtelijk schema waarin dingen hun eigen plaats hebben.

Het is voor ieder hondenbaasje van groot belang om dit te beseffen want het kan van doorslaggevende betekenis zijn bij het beoordelen van het gedrag van een hond.

Hoera, we krijgen een hond!

beagle-pup

Hondenbaasjes weten al dat een viervoeter je leven aanzienlijk kan verrijken. Ook weten zij dat zij als baasjes de taak hebben om zo goed mogelijk voor hun honden te zorgen en dat hier de nodige tijd en zorg in gaan zitten. Mensen die besloten hebben een puppy te nemen, beginnen aan een heerlijke maar drukke tijd. Hier kun je als kersverse hondenbaas lezen hoe je jezelf en je huis kunt voorbereiden op de komst van zo’n vrolijke viervoeter.

Je hebt al besloten welke hond het beste bij jou en je thuisssituatie past, je hebt voldoende tijd voor hem (of haar) en je weet dat de hond de nodige zorg vraagt. Vooral in de eerste maanden zul je ontdekken dat puppy’s echte handenbindertjes zijn die je vanaf dag 1 goed moet opvoeden. Die zorg begint eigenlijk al lang voordat je een puppy hebt uitgezocht.

Puppyproof

In huis moet je voorbereid zijn op de komst van de pup. Het is niet de bedoeling dat je al je spullen hoog en veilig neerzet want zo leert de hond niet dat hij van jouw spullen af moet blijven. Wel is het verstandig je dierbaarste zaken op te bergen en even op handen en voeten door het huis te kruipen en op 'pup hoogte’ de gevaren te bekijken. Liggen er elektriciteitsdraden op de grond? Heb je schoonmaakmiddelen open en bloot staan? Slingeren er kleine voorwerpen als papaerclips of punaises rond die de pup kan inslikken of waar hij zich aan kan verwonden? Heb je giftige planten waar het hondje bij kan? Zorg ervoor dat je je hier geen zorgen over hoeft te maken. Vraag jezelf af hoe goed jij op de hoogte bent van hondengedrag en de plaats van de hond in huis.

Voor de hond moet jij de onbetwiste roedelleider zijn en eventuele gezinsleden staan ook boven hem in de rangorde. Dit is van groot belang bij een goede opvoeding van de hond want wanneer je hem hogerop in de rangorde laat komen zonder in te grijpen, duurt het niet lang of jouw 'lieve pup’ is de baas in huis. Er zijn overigens veel goede boeken geschreven over gedrag en verzorging en het is zeker de moeite waard om hier tijdig in te duiken. Een goed voorbereid mens heeft het halve werk al geleverd om een goede baas te worden. Consequent handelen is de andere helft.

Inkopen doen

Een pup in huis vraagt niet alleen veel tijd en verzorging, het vraagt ook om wat investeringen die je natuurlijk graag over hebt voor je nieuwe vriendje. Zo heb je een aantal spullen nodig: een voldoende ruime mand (liefst van stevig plastic want dat is niet zo makkelijk kapot te kauwen) met een wasbaar kussen, vachtverzorgingsspullen (afgestemd op jouw type hond), een leren of nylon halsband, een leren riem (niet te lang, jullie zijn immers nog niet op elkaar ingesteld en je wilt gevaarlijke situaties voorkomen; neem een riem van maximaal 120 centimeter), een penning/naamplaatje met daarop jouw telefoonnummer en adres, een roestvrijstalen etens- en drinkbak (liefst met anti-schuifrandjes) en speelgoed.

Neem geen speelgoed dat jij er leuk uit vindt zien en dat misschien wel na een dag kauwen kapot is. Kies speelgoed dat vrijwel niet stuk te krijgen is, zoals nylon botten, rubberen speeltjes en lekkere bijtringen van nylon. Vooral voor hondjes die aan het wisselen zijn, is een kauwtouw een prettig speeltje. Bovendien houdt het de tanden lekker schoon en fris.

Tenslotte is het verstandig om een bench aan te schaffen. Dit is meestal de grootste investering maar een bench kan je pup een geborgen gevoel geven en je kunt hem af en toe alleen thuis laten zonder te vrezen voor ongelukjes. Je kunt je pup vertrouwd maken met de bench door hem er hondensnoepjes in te geven, hem erin te voeren en hem erin te leggen als hij slaapt en door er voor te zorgen dat er iets leuks op hem wacht als hij wakker wordt (jouw aanwezigheid, een knuffel, een snoepje).

De grote dag

De grote dag is aangebroken. De pup mag opgehaald worden. Voordat je wegrijdt om je spruit te gaan halen, maak je eerst even een lijstje met dingen die je aan de fokker (of het asiel) wilt vragen. Denk aan dingen als chippapieren, stamboompapieren van de ouders van de pup, een entingsboekje en eventuele gezondheidsverklaringen. Vraag tijdig aan de fokker welk voer de pup tot nu toe heeft gegeten en zorg dat je dat al in huis hebt. Ook moet je in je enthousiasme niet vergeten een lapje of doekje met de geur uit het nest van de pup mee te nemen.

De eerste dagen zal hij zijn broertjes, zusjes en moeder erg missen en een bekend geurtje kan hem helpen zich bij jou veiliger te voelen. Tenslotte: neem een fototoestel mee want je krijgt zelden nog eens de kans om de hele hondenfamilie gezamenlijk te vereeuwigen. Nu je de pup eindelijk in huis hebt, begint het echte werk pas: zindelijkheidstraining, aanlijnen, spelen, kennis maken met andere mensen, honden, nieuwe situaties en de grote wereld buitenshuis. Kortom; de verdere socialisatie van je pup. Vergeet niet dat je viervoetertje nog een baby is en vermoei hem niet te veel. Hij zal de eerste weken het leeuwendeel van de dag slapen en hij heeft zijn slaap hard nodig. Maak hem dus niet wakker omdat jij zin hebt om te spelen. Als je voor het allereerst met je pup naar buiten gaat, kun je hem optillen zodat hij met al dat nieuws kennis kan maken op jouw beschermende arm. Hou dit echter niet lang vol want ook jouw pup wordt een grote hond die niet bij alles achterjou bescherming kan zoeken. Hij zal moeten leren dat hij sterk genoeg is om de wereld aan te kunnen. Nog een laatste opmerking: zorg dat je buiten altijd een plastic zakje met schep of zogenaamde poop-scoop’ bij je hebt om uitwerpselen op te rapen.

Tenslotte vindt niemand het leuk om in een hondendrol te trappen en het is aan alle hondenbaasjes om mensen te laten zien dat een hond een fijn huisdier is dat geen overlast hoeft te veroorzaken. Hoe meer goed opgevoede’ baasjes met een goed opgevoede hond over straat gaan, des te meer mensen zullen positief tegenover onze vrolijke viervoeters komen te staan. Heel veel plezier met je nieuwe hond!

Verlatingsangst

beaglier-pup

Het niet alleen kunnen zijn betekent niet per definitie dat een hond verlatingsangst heeft. Het is handig als een hond alleen thuis kan blijven. Al is het maar voor een paar uurtjes. Je kunt immers niet 24 uur per dag thuis zijn. Honden die goed alleen kunnen zijn, zijn rustig gedurende die periode; ze slapen meestal. Toch kan een hond niet van nature alleen zijn omdat het een sociaal dier is. Honden moeten dus leren alleen te blijven. Als je een pup in huis hebt ga je deze periode rustig opbouwen.

Aanleg

Afhankelijk van het ras (en dus de aanleg) van jouw hond gaat het opbouwen met kleine of grote stappen. Soms begint het alleen maar met de kamer verlaten en direct weer terugkomen. Als je hondje dan rustig blijft, beloon je hem natuurlijk. Wanneer je merkt dat jouw hondje er moeite mee heeft (hij begint dan meestal met piepen), ga je te snel en doe je een paar stappen terug in de training.

Het spreekt voor zich dat je jouw pupje nooit straft hiervoor. Hij is immers aan het leren en leren is leuk. Beloon alleen gewenst gedrag. Maak de stapjes zo klein mogelijk zodat je veel kans hebt om te belonen; dit is voor jullie beiden leuker en dan gaat het ook sneller. Ook een volwassen hond die dit nog niet geleerd heeft, kun je op deze manier trainen. In de regel kunnen alle honden leren alleen te zijn mits er niet iets anders aan de hand is.

Trauma

Toch kan een hond verlatingsangst ontwikkelen (ook als hij wel geleerd heeft alleen te zijn) als gevolg van een traumatische ervaring. Het kan zijn dat hij erg geschrokken is toen hij alleen thuis was. Er is sprake van een traumatische ervaring wanneer het gedrag ineens – van het ene op het andere moment – optreedt. Verlatingsangst is een serieuze zaak, het tast namelijk het welzijn van de hond aan. Wanneer je het vermoeden hebt dat jouw hond last heeft van verlatingsangst, neem dan contact op met een gedragstherapeut hoe je dit aan kunt pakken.

Het achterhalen van de reden is namelijk meestal niet zo eenvoudig en wel noodzakelijk om het probleem gestructureerd aan het pakken. Een deskundige op dit gebied weet waar hij het – letterlijk – zoeken moet. Ga niet zelf aan de gang met correctiemiddelen zoals anti-blafbanden. Als deze ingezet worden is dat onderdeel van de therapie en dan dient dat zeer nauwkeurig te gebeuren. De kans dat het probleem alleen maar groter wordt is namelijk zeker aanwezig.

Aandacht vragen

beagle-pup

Aandacht vragen is heel hardnekkig gedrag. Het begint subtiel met voor je zitten en je aankijken maar kan eindigen in net zo lang blaffen tot er gereageerd wordt of zelfs midden in de kamer gaan staan plassen. En dan heb je ineens een probleem.

Aandacht vragen is aandacht krijgen

Het hardnekkige van aandacht vragen is dat de hond soms beloond wordt. Niet altijd. Maar als hij goed zijn best doet en lang genoeg volhoudt, is daar uiteindelijk die beloning.

Dit zogenaamde interval-belonen is de sterkste conditionering. Dit is ook het principe (en het gevaar) van gokken: soms krijg je iets en soms niets. Als je iets krijgt ga je harder je best doen meer te krijgen en als je niets krijgt, ga je harder je best doen wel iets te krijgen. Linksom of rechtsom: het is de beste manier om gedrag in stand te houden. Zowel voor mensen als voor honden.

Negeren is de beste optie

De beste manier om van aandacht vragen af te komen is negeren. Dit betekent dat de hond nooit meer succes heeft. Vergelijk nog even met gokken: als je nooit iets wint, dan is de lol er op den duur wel van af; gedrag dooft uit.bNegeren lijkt simpel maar is het beslist niet. Negeren is niets doen, niets zeggen, geen aandacht. Bij een hond die heel hard in je oor staat te blaffen moet je echt wel veel geduld hebben. Maar de aanhouder wint. Altijd. Tot nu toe was de hond steeds de winnaar maar nu moeten de rollen omgedraaid worden.

Addertje onder het gras

Let op: als je begint gedrag te negeren wordt het eerst erger. Immers, de hond is gewend dat er een reactie komt en die komt nu niet. Dus gaat hij harder zijn best doen: harder blaffen, hoger springen of andere trucs uit de kast halen. Dan is doorzettingsvermogen heel belangrijk. Tot zover als het gedrag naar jou betreft.

Maar nu dit gedrag bij andere mensen (visite, op straat). Ga alsjeblieft niet de fout maken om andere mensen proberen te trainen hierin. Jouw hond, jouw probleem. Je weet zelf hoe moeilijk negeren is dus je mag en kunt dat niet vragen van een vreemde. Misschien nog wel van vrienden maar ook dat blijft lastig. In dat geval kun je alleen voorkomen. Neem daarin ook jouw verantwoordelijkheid.

Positieve correctie

tijdsbesef

Anders dan het woord doet vermoeden is er niets positiefs aan. Waarom heet het dan positief? Positief in deze context betekent toevoegen terwijl negatief betekent weglaten of vermijden. Een positieve correctie is een vorm van operante conditionering: de hond leert de consequenties van zijn gedrag en kan zijn omgeving daarmee beïnvloeden.

Wat is een correctie?

Een correctie is een bepaalde handeling die gedaan wordt om het gedrag van een hond te stoppen. Wij spreken van een positieve correctie zodra er een onaangename prikkel toegediend wordt aan de hond met de bedoeling dat herhaling van het gedrag in de toekomst zal afnemen of zelfs niet meer zal voorkomen. Een positieve correctie vindt dus altijd plaats nadat het gedrag vertoond is.

Wat is een onaangename prikkel?

Natuurlijk verschilt dat per hond. Er zijn honden – in de regel Rottweilers en Labradors – die redelijk ongevoelig zijn in hun nek en dus niet snel onder de indruk van een lijncorrectie (ruk aan de lijn). Sommige honden zijn erg gevoelig voor geluid (Shelties en Schotse herdershonden) zodat alleen al het verheffen van je stem vaak voldoende is om het gedrag te stoppen. Dan zijn er ook nog honden die zelfs van een stroomband niet onder de indruk zijn.

  • Voorbeelden van een positieve correctie
  • Hond trekt aan de lijn en krijgt hiervoor een lijncorrectie.
  • Hond snuffelt aan een kaars en brandt zijn neus.
  • Hond blaft en de baas schreeuwt dat hij op moet houden.
  • Hond jat eten van tafel en de baas gooit een sleutelbos naar hem.

De valkuilen

Positieve correcties zijn gebaseerd op schrik of pijn. Dit betekent dus dat de correctie ook daadwerkelijk pijn of schrik teweeg moet brengen bij een hond. Omdat deze gevoeligheid per hond verschilt, is het belangrijk – voordat je deze correctiemethode toepast – te weten hoe gevoelig jouw hond is.

Je kunt met deze vorm van corrigeren heel veel schade aanrichten als de correctie niet in verhouding is tot het ongewenste gedrag of dat de hond te gevoelig is voor een bepaalde vorm van correctie.

Goochelstraf

De beste correctie wordt gegeven zonder dat deze gekoppeld wordt aan de baas. Wanneer jij telkens opnieuw jouw hond van de bank stuurt omdat je niet wil dat hij daar ligt, leert hij dan niet meer op de bank te springen? Misschien wel. Misschien heb jij een superbrave (lees: minder slimme) hond. Veel honden echter zullen wachten tot jij de kamer uit bent om vervolgens alsnog op de bank te springen. Immers, de plek is nog altijd erg aangenaam. Je moet alleen beter opletten of de baas in de buurt is.

Beter is in zo’n geval gebruik te maken van een boobytrap of goochelstraf. Een boobytrap is een geïmproviseerd wapen wat door het slachtoffer zelf wordt geactiveerd. Om even bij hetzelfde ongewenste gedrag te blijven: de hond springt op de bank en er gaat een sirene af (denk aan zo’n elektronisch oog wat bij tenniswedstrijden gebruikt wordt). Hond schrikt zich een hoedje en zal van de bank springen. In dit geval is het gelukt: de bank is eng geworden. Maar dan lig jij ’s avonds op de bank tv te kijken en wil dat de hond er gezellig bij komt liggen. Zal hij dat nog durven?

Conclusie

Een positieve correctie geven is moeilijk omdat deze aan veel voorwaarden moet voldoen. Een positieve correctie is pas effectief als deze

  • gelijktijdig of onmiddellijk na het ongewenst gedrag gegeven wordt;
  • gegeven wordt bij de eerste keer dat de hond het ongewenste gedrag vertoont;
  • gard genoeg is zodat de hond het gedrag stopt.

De meeste mensen vinden corrigeren moeilijk. Immers, wij willen een leuke band met onze hond en corrigeren is niet leuk. Daarom doen veel mensen het een beetje halfbakken waardoor het niet werkt. Sterker nog, een slecht uitgevoerde positieve correctie werkt vaak averechts en wordt steun (een positieve bekrachtiging) voor een hond.

Positieve bekrachtiging

tanden

Positief in deze context betekent toedienen terwijl negatief betekent weglaten of vermijden. Een positieve bekrachtiging is een vorm van operante conditionering: de hond leert de consequenties van zijn gedrag en kan zijn omgeving daarmee beïnvloeden.

Wat is een bekrachtiging?

Een bekrachtiging is een bepaalde handeling die gedaan wordt om het gedrag van een hond te versterken. Wij spreken van een positieve bekrachtiging zodra er een aangename prikkel toegediend wordt aan de hond met de bedoeling dat de kans groot is dat herhaling van het gedrag in de toekomst zal toenemen. Een positieve bekrachtiging vindt dus altijd plaats nadat het gedrag vertoond is.

Wat is een aangename prikkel?

Natuurlijk verschilt dat per hond. Voor de meeste honden is voer, aandacht, spel en niet te vergeten steun verlenen een aangename prikkel.

  • Voorbeelden van een positieve bekrachtiging
  • Hond gaat zitten en krijgt een voertje.
  • Hond bedelt en krijgt aandacht.
  • Hond krabt aan de deur en de baas doet de deur open.
  • Hond ontdekt de vuilniszak en eet de inhoud op.

De valkuilen

Positieve bekrachtigers zijn vaak gebaseerd op voedsel of aandacht. Dit betekent dus dat de bekrachtiging ook daadwerkelijk moet bestaan uit voedsel of aandacht. Beloning door stemgebruik is voor veel honden niet voldoende. Misschien in een rustige omgeving, thuis, zonder afleiding maar als jouw hond moet komen na een flinke boswandeling waarin hij lekker zijn gang kon gaan, moet je in de regel met grove geschut aankomen.

Steun verlenen is één van de sterkste bekrachtigers en helaas realiseren weinig mensen zich dat. Voorbeeld: een hond is angstig naar andere honden. Hij blaft als hij een andere hond ziet en wordt wellicht zelfs agressief wanneer deze hem benadert. De baas wil de hond geruststellen en zegt: “het is al goed” of “lief doen he”. Het is heel menselijk en begrijpelijk dat je dat doet echter een hond ervaart dit als steun voor zijn gedrag. Hij hoort namelijk “goed zo, braaf” en de kans op herhaling is dus groot; hij wordt beloond.

Conclusie

Weet wat je beloont! Een positieve bekrachtiging geven is niet altijd makkelijk. Wanneer het gaat om gehoorzaamheidstraining is deze methode heel goed bruikbaar. Immers, elk gedrag wat maar enigszins lijkt op het gewenste gedrag wordt beloond – vaak met voer. Maar… als je te vaak te makkelijk gedrag beloont, zal de hond zich nooit verder kunnen ontwikkelen. Een hond die altijd beloond wordt voor ‘zit’, zal moeilijk gaan liggen. Een hond die altijd wat toegestopt krijgt onder tafel als de rest van de familie eet, wordt een bedelaar en dat zijn altijd onaangename gasten.

Daag jezelf en jouw hond uit en beloon alleen voor het beter, sneller of netter uitvoeren van een commando. Er is één gedrag waarvoor je je hond altijd beloont en dat is voor het hierkomen: een hond die bij de baas komt moet altijd beloond worden! Hoe lang het ook duurt. Bij de baas is toch de beste plek van de wereld? Wanneer jij jouw hond direct aanlijnt als hij bij je komt, geef je hem een correctie: een negatieve correctie!

Negatieve bekrachtiging

puppy-foto

Negatief in deze context betekent weglaten of vermijden terwijl positief betekent toedienen. Een negatieve bekrachtiging is een vorm van operante conditionering: de hond leert de consequenties van zijn gedrag en kan zijn omgeving daarmee beïnvloeden.

Wat is een bekrachtiging?

Een bekrachtiging is een bepaalde handeling die gedaan wordt om het gedrag van een hond te versterken. Wij spreken van een negatieve bekrachtiging wanneer de hond kan ontsnappen aan of vermijden van een onaangename prikkel door gewenst gedrag te vertonen. Een negatieve bekrachtiging vindt altijd plaats voordat het gedrag vertoond is.

Een negatieve bekrachtiging is vaak het gevolg van een positieve correctie. De hond heeft eerst een onaangename prikkel toegediend gekregen (denk aan het lopen tegen een stroomdraad of een kind dat over zijn staart is gefietst) en heeft daarna geleerd deze te ontwijken. Zo zal hij bij het zien van stroomdraad meer afstand gaan nemen en wellicht kinderen op fietsen willen vermijden.

Deze vorm van conditionering wordt in ons dagelijks leven veel gebruikt; ook voor mensen. Denk aan het piepen wanneer de lampen van de auto branden als het contact uit is of zolang de veiligheidsgordel nog niet om is gedaan. Je kunt aan deze onaangename prikkel ontsnappen door gewenst gedrag te vertonen namelijk de lichten doven of de gordel omdoen.

Wat is een onaangename prikkel?

Een onaangename prikkel is pas onaangenaam als deze door de hond zo ervaren wordt, niet wat onze perceptie daarvan is!

Voorbeelden van een negatieve bekrachtiging

  • De lijn strak naar beneden trekken zodat een hond gaat liggen.
  • Blaffen naar de postbode.
  • Hond die vlucht voor onweer/vuurwerk (vermijdingsgedrag).
  • Halti/gentle leader gebruiken om de hond netjes aan de lijn te laten lopen.

De valkuilen

Een negatieve bekrachtiging toepassen vereist – net als bij een positieve correctie – goede timing en kennis van de gevoeligheid van de hond. Bovendien moet het gewenste gedrag wat uiteindelijk optreedt geconditioneerd worden door middel van een positieve bekrachtiging. Immers, de hond moet weten welk gewenst gedrag van hem verlangd wordt. Hij zal anders steeds onzekerder en zelfs angstig kunnen worden.

Het zogenaamde vermijdingsgedrag (zelfbelonend gedrag) is een sterke bekrachtiger. Het vereist behoorlijk wat energie om die aanvankelijk onaangename prikkel (weer) aangenaam te maken zeker bij vlucht- of agressiegedrag.

Agressie bij honden

vuurwerk

Agressie is een gedragsuiting die elke hond bij zich draagt. Het is dan ook een fabeltje dat bij sommige rassen (volgens de rasstandaard) agressie niet voor mag komen. Dit zou gezien worden als een fout. Echter, als een hond nooit agressie zou mogen tonen kan hij niet functioneren als hond. Agressie bij honden is in dat opzicht dus niet af te leren.

Uiterlijke kenmerken

De uiterlijke kenmerken van agressie bij honden zijn (in volgorde van hevigheid):

  • Fixeren (strak aankijken)
  • Borstelen (net- en/of rugharen overeind zetten)
  • Tanden laten zien (met uitzondering van lachen wat niet veel honden doen)
  • Grommen (alle varianten)
  • Uitvallen (intentie tot bijten)
  • Bijten
  • Vechten
  • Doden

Agressie kent dus vele variaties. Sommige honden laten veel van deze kenmerken zien, anderen enkele of soms maar één. Alle gedragskenmerken die vooraf gaan aan het bijten, zijn serieuze waarschuwingen en dienen dus als zodanig gezien te worden.

Hoge bijtdrempel

Bij honden met een hoge bijtdrempel (zij bijten niet snel en blijven lang waarschuwen) kan het lang duren voordat zij echt gaan bijten. En sommige honden bijten nooit maar blijven waarschuwen. Honden met een hoge bijtdrempel zijn bijvoorbeeld retrievers.

Lage bijtdrempel

Honden met een lage bijtdrempel waarschuwen ook maar bijten sneller. Voorbeelden hiervan zijn herders en terriërs. Het kan soms lijken alsof ze uit het niets bijten maar meestal is dat niet het geval. In uitzonderlijke gevallen is er sprake van abnormaal gedrag, in dit geval idiopatische agressie genoemd.

Vooral honden die ook gefokt zijn voor het vechten met andere honden lijken soms aan te vallen zonder waarschuwing. Vaak gaat hier toch fixatie aan vooraf gevolgd door bijvoorbeeld pootheffen (intentiebeweging om tot aanval over te gaan). De rest van de waarschuwingen zijn stelselmatig uit deze honden gefokt.

Spelagressie

Een hond die gromt tijdens het spelen vertoont spelagressie. Dat is dus ook een vorm van agressie en niet geheel onschuldig. Je ziet dit voornamelijk bij spelletjes waarbij krachtmeting aan de orde is zoals een trekspelletje. Zowel bij honden onderling als tussen hond en mens. Bij een hond die een lage bijtdrempel heeft is het dus zaak dit goed in de gaten te houden. Hij kan namelijk op enig moment kiezen om “per ongeluk” ook in jouw hand te bijten. Niets is per ongeluk, hij kiest hiervoor. Beter om dit soort spelletjes met deze honden niet te doen.

Agressie (ook spelagressie) moet nooit gestimuleerd worden. Het heeft namelijk ook een fysiologisch aspect: het verhoogt het adrenaline-gehalte in het bloed wat een kick geeft en er worden endorfines aangemaakt die de pijngrens verlagen. Dit werkt belonend en uiteindelijk verslavend.

Dominantie

Helaas wordt dominantie en agressie bij honden vaak verward. Met dominantie wordt in de volskmond een hoge houding bedoeld. Agressie bij honden kan zowel in een hoge (zelfverzekerd) als in een lage (angst) houding getoond worden.

In principe heeft een dominante hond (of beter gezegd: een hond die een dominante houding aanneemt) geen agressie te vertonen. Agressie is een vorm van machteloosheid en onzekerheid. Wij herkennen dit ook bij mensen. Een dominant persoon heeft geen agressie nodig om zijn zelfverzekerdheid te tonen.

Niet langer dat getrek aan de riem!

vuurwerk

Een methode die je zelf ook kunt toepassen. Veel baasjes gaan bij het opvoeden al de mist in als ze de hond het trekken aan de riem af willen leren. Het trekken aan de riem en aan de halsband heeft een negatief effect op de halswervels, de luchtpijp en de slokdarm. Bovendien kan het terugtrekken bij de baas rugklachten veroorzaken.

Zogenaamde hoofdtuigjes zijn weliswaar effectief en veel honden psychologen staan er volledig achter, maar het is geen diervriendelijke methode en het geeft alleen maar aan dat je jouw hond niet juist hebt opgevoed. Als de hond een borsttuigje draagt, wordt de trekkracht naar zijn borstspieren verplaatst, maar dit zal hem niet overtuigen daarom netjes aan de voet te gaan lopen. Hij zal blijven trekken en hiervan kan hij schade ondervinden. Tuigjes die onder de oksels in het vlees snijden tenslotte, zijn je reinste dierenmishandeling.

Het is tijd voor een nieuwe methode voor het lopen aan de riem waar geen geweld aan te pas komt. Hoe zou je het vinden als je hond uit zichzelf de weg van de minste weerstand kon vinden?

Het is heel eenvoudig:

  • Zoek een weiland of een lege parkeerplaats op
  • Doe de hond een riem om die minstens 5 meter lang is (geen dunne rolriem)
  • Neem ongeveer 20 passen. Kijk de hond niet aan. Praat niet tegen de hond en beloon hem ook niet
  • Blijf enkele seconden staan. De hond snuffelt ergens rond
  • Loop in een hoek van 900 naar rechts verder en zet daarbij eveneens 20 passen. De hond stopt meteen met snuffelen. De hond kijkt om en moet volgen. Belangrijk: gedurende deze oefening wordt geen woord gesproken, al raakt de hond in de riem verstrikt. 'Bevrijd’ hem zonder een woord te zeggen.
  • Loop op deze manier blokjes waarvan de zijlengte telkens 20 passen bedraagt in de richting van de wijzers van de klok. Als de hond niet op je let, trekt de riem aan zijn hals of windt deze zich om zijn poten heen. De hond heeft in de gaten dat je niet kwaad op hem bent, maar dat hij zelf de ruk veroorzaakt en dat hij deze ruk kan ontwijken door zich opjou te concentreren en jou te volgen. Hij zal al snel van zijn fouten leren.
  • Hoe beter de hond op je let, hoe korter je de riem vasthoudt
  • Doe deze oefening tweemaal per dag, maar nooit langer dan 10 à 15 minuten, met een pup slechts 5 minuten.