Opvoeding

Agressie bij honden

vuurwerk

Agressie is een gedragsuiting die elke hond bij zich draagt. Het is dan ook een fabeltje dat bij sommige rassen (volgens de rasstandaard) agressie niet voor mag komen. Dit zou gezien worden als een fout. Echter, als een hond nooit agressie zou mogen tonen kan hij niet functioneren als hond. Agressie bij honden is in dat opzicht dus niet af te leren.

Uiterlijke kenmerken

De uiterlijke kenmerken van agressie bij honden zijn (in volgorde van hevigheid):

  • Fixeren (strak aankijken)
  • Borstelen (net- en/of rugharen overeind zetten)
  • Tanden laten zien (met uitzondering van lachen wat niet veel honden doen)
  • Grommen (alle varianten)
  • Uitvallen (intentie tot bijten)
  • Bijten
  • Vechten
  • Doden

Agressie kent dus vele variaties. Sommige honden laten veel van deze kenmerken zien, anderen enkele of soms maar Ć©Ć©n. Alle gedragskenmerken die vooraf gaan aan het bijten, zijn serieuze waarschuwingen en dienen dus als zodanig gezien te worden.

Hoge bijtdrempel

Bij honden met een hoge bijtdrempel (zij bijten niet snel en blijven lang waarschuwen) kan het lang duren voordat zij echt gaan bijten. En sommige honden bijten nooit maar blijven waarschuwen. Honden met een hoge bijtdrempel zijn bijvoorbeeld retrievers.

Lage bijtdrempel

Honden met een lage bijtdrempel waarschuwen ook maar bijten sneller. Voorbeelden hiervan zijn herders en terriƫrs. Het kan soms lijken alsof ze uit het niets bijten maar meestal is dat niet het geval. In uitzonderlijke gevallen is er sprake van abnormaal gedrag, in dit geval idiopatische agressie genoemd.

Vooral honden die ook gefokt zijn voor het vechten met andere honden lijken soms aan te vallen zonder waarschuwing. Vaak gaat hier toch fixatie aan vooraf gevolgd door bijvoorbeeld pootheffen (intentiebeweging om tot aanval over te gaan). De rest van de waarschuwingen zijn stelselmatig uit deze honden gefokt.

Spelagressie

Een hond die gromt tijdens het spelen vertoont spelagressie. Dat is dus ook een vorm van agressie en niet geheel onschuldig. Je ziet dit voornamelijk bij spelletjes waarbij krachtmeting aan de orde is zoals een trekspelletje. Zowel bij honden onderling als tussen hond en mens. Bij een hond die een lage bijtdrempel heeft is het dus zaak dit goed in de gaten te houden. Hij kan namelijk op enig moment kiezen om ā€œper ongelukā€ ook in jouw hand te bijten. Niets is per ongeluk, hij kiest hiervoor. Beter om dit soort spelletjes met deze honden niet te doen.

Agressie (ook spelagressie) moet nooit gestimuleerd worden. Het heeft namelijk ook een fysiologisch aspect: het verhoogt het adrenaline-gehalte in het bloed wat een kick geeft en er worden endorfines aangemaakt die de pijngrens verlagen. Dit werkt belonend en uiteindelijk verslavend.

Dominantie

Helaas wordt dominantie en agressie bij honden vaak verward. Met dominantie wordt in de volskmond een hoge houding bedoeld. Agressie bij honden kan zowel in een hoge (zelfverzekerd) als in een lage (angst) houding getoond worden.

In principe heeft een dominante hond (of beter gezegd: een hond die een dominante houding aanneemt) geen agressie te vertonen. Agressie is een vorm van machteloosheid en onzekerheid. Wij herkennen dit ook bij mensen. Een dominant persoon heeft geen agressie nodig om zijn zelfverzekerdheid te tonen.

Niet langer dat getrek aan de riem!

vuurwerk

Een methode die je zelf ook kunt toepassen. Veel baasjes gaan bij het opvoeden al de mist in als ze de hond het trekken aan de riem af willen leren. Het trekken aan de riem en aan de halsband heeft een negatief effect op de halswervels, de luchtpijp en de slokdarm. Bovendien kan het terugtrekken bij de baas rugklachten veroorzaken.

Zogenaamde hoofdtuigjes zijn weliswaar effectief en veel honden psychologen staan er volledig achter, maar het is geen diervriendelijke methode en het geeft alleen maar aan dat je jouw hond niet juist hebt opgevoed. Als de hond een borsttuigje draagt, wordt de trekkracht naar zijn borstspieren verplaatst, maar dit zal hem niet overtuigen daarom netjes aan de voet te gaan lopen. Hij zal blijven trekken en hiervan kan hij schade ondervinden. Tuigjes die onder de oksels in het vlees snijden tenslotte, zijn je reinste dierenmishandeling.

Het is tijd voor een nieuwe methode voor het lopen aan de riem waar geen geweld aan te pas komt. Hoe zou je het vinden als je hond uit zichzelf de weg van de minste weerstand kon vinden?

Het is heel eenvoudig:

  • Zoek een weiland of een lege parkeerplaats op
  • Doe de hond een riem om die minstens 5 meter lang is (geen dunne rolriem)
  • Neem ongeveer 20 passen. Kijk de hond niet aan. Praat niet tegen de hond en beloon hem ook niet
  • Blijf enkele seconden staan. De hond snuffelt ergens rond
  • Loop in een hoek van 900 naar rechts verder en zet daarbij eveneens 20 passen. De hond stopt meteen met snuffelen. De hond kijkt om en moet volgen. Belangrijk: gedurende deze oefening wordt geen woord gesproken, al raakt de hond in de riem verstrikt. 'Bevrijdā€™ hem zonder een woord te zeggen.
  • Loop op deze manier blokjes waarvan de zijlengte telkens 20 passen bedraagt in de richting van de wijzers van de klok. Als de hond niet op je let, trekt de riem aan zijn hals of windt deze zich om zijn poten heen. De hond heeft in de gaten dat je niet kwaad op hem bent, maar dat hij zelf de ruk veroorzaakt en dat hij deze ruk kan ontwijken door zich opjou te concentreren en jou te volgen. Hij zal al snel van zijn fouten leren.
  • Hoe beter de hond op je let, hoe korter je de riem vasthoudt
  • Doe deze oefening tweemaal per dag, maar nooit langer dan 10 Ć  15 minuten, met een pup slechts 5 minuten.

Hondenprotocol

tijdsbesef

Net als de mens kent ook de hond een ingewikkeld protocol van gedragsregels. Privacy staat daarbij, net als bij ons, hoog in het vaandel. Het respecteren van andermans privacy is belangrijk om sociaal geaccepteerd te worden. Daarom gaan we niet graag onaangekondigd bij iemand op visite en daarom raken we een ander niet zomaar aan. Om dat te kunnen doen, moeten we eerst elkaars vertouwen hebben, en weten wat we van elkaar kunnen verwachten. Dat geldt ook in de omgang tussen mens en hond.

Honden, die onze privacynormen overschrijden, zijn sociaal niet acceptabel. De pest is dat ze dat als pup fel zijn. In hun jeugd worden honden onbeperkt benaderd en aangeraakt door familie, vrienden en bekenden. Zelfs zomaar door willekeurige voorbijgangers op straat. Tegenover pups zijn we niet geremd, integendeel, we moedigen het zelfs aan om alle regels van het protocol te overschrijden.

We leren de pup dus dat het prima is om grenzeloos sociaal te zijn. Hij weet niet beter dan dat bij mensen alles kan en alles mag. Is de hond eenmaal volwassen, dan is dat gedrag ineens niet langer sociaal aanvaardbaar. Het onthouden van sociaal contact is het andere uiterste, maar daar kan het op een gegeven moment wel op uitdraaien. De hond mag niet meer los in het park, want hij valt wandelaars lastig. Hij mag niet mee op visite, want hij dringt zich bij iedereen op, en als we zelf bezoek ontvangen, wordt hij ergens achteraf in een kamertje gezet. Daarom is het belangrijk dat een hond reeds op jonge leeftijd leert dat mensen niet zomaar vrij benaderbaar en betastbaar zijn.

Begrip kweken

Om van de kleine pup een welopgevoede hond te maken, zul je in de eerste plaats de mensen in zijn omgeving moeten "opvoeden". Neem gerust aan dat dat moeilijk is. Het kost heel wat overredingskracht eer je mensen zover krijgt zich niet ongevraagd met jouw pup te bemoeien. Leg uit waarom je dat niet wilt. Begrip kweken is belangrijk, omdat mensen dan eerder tot medewerking bereid zijn.

Overwicht krijgen

Om de pup zover te krijgen dat hij zich niet ongevraagd met mensen bemoeit, zul je als baas overwicht op de situatie moeten krijgen. Een hele klus, want je moet concurreren met mensen bij 0 wie alles kan en alles mag. Of de pup nu tegen benen opspringt, in mouwen hangt of aan haren trekt, er wordt altijd vertederd om gelachen.

Om de aandacht van de pup op jezelf te vestigen, moet je dus het overwicht verwerven. De keuze van de pup moet makkelijk zijn: die mensen zijn leuk, maar de baas is nog veel leuker!

Listig te werk gaan

Het principe is simpel: leer de pup een commando aan waarmee je zijn volle aandacht krijgt.
Hoe? Kies een vast woord, bijvoorbeeld KIJK! en verbind daar een dikke beloning aan, bijvoorbeeld iets heel erg lekkers.

Het aanleren gaat als volgt.
1. is het bewerkstelligen van oogcontact. Richt de aandacht van de pup op je gezicht. Daarbij kun je met je wijsvinger de richting aangeven: raak het puntje van zijn neus aan en breng je vinger in recht lijn naar je gezicht toe. De pup volgt de beweging van je vinger.

2. Op het moment dat hij je aankijkt, koppel je daar meteen het woord kijk aan, meteen gevolgd door de beloning. (let erop dat de pup op het moment van belonen niet tegen je opspringt of anderszins ongewenst gedrag vertoont!) Dagelijks een paar keer oefenen, verspreid over de dag, en binnen de kortste keren kijkt de pup op commando! Is het verband eenmaal gelegd (de pup kijkt je direct aan bij het horen van het commando), dan ga je een stapje verder. Geef het commando (de pup kijkt je aan), beloon dat met je stem, maar stel de voerbeloning nog even uit. De bedoeling is dat de pup blijft kijken. Na enkele tellen volgt dan alsnog het lekkers. Zo kun je het moment van de beloning steeds iets langer uitstellen, waardoor je dus steeds langer de volle aandacht van je pup krijgt.

Niet alleen erg nuttig, maar ook erg leuk om de omgeving de loef mee af te steken. Zo vertelde een cursist dat hij met zijn hond in de trein zat, tegenover een stel melige medepassagiers. En ja hoor, al snel ging de aandacht uit naar de hond. Maar wat ze ook probeerden, de hond had geen interesse, hij had alleen maar oog voor de baas, want die had het magische woord genoemd!

Op elke leeftijd

Als uitgangspunt hebben we de pup genomen, maar in wezen geldt dit verhaal voor elke hond, ongeacht de leeftijd. Want gelukkig is een hond nooit te oude om te leren!

Wederzijds respect

Natuurlijk moet een hond met mensen in contact komen. Het is niet de bedoeling dat geen mens hem nog mag aanraken, maar zoals gezegd, de omgeving moet leren dat niet ongevraagd te doen. Het respect voor privacy moet immers wederzijds zijn: niet alleen de hond, maar ook de mensen moeten hun grenzen kennen.
Het kan namelijk ook nog een andere kant opgaan: vrijpostig gedrag van mensen leidt niet altijd bij alle honden tot tomeloze vreugde. En dat is de andere kant van de medaille.

Bij sommige honden valt het natuurlijke gevoel voor privacy niet te verloochenen. Naarmate ze volwassen worden, neemt ook de behoefte tot het scheppen van sociale afstand toe. Het niet respecteren van de privacy van een (volwassen) hond kan tot ernstige ongelukken leiden!

Toestemming geven

Om te voorkomen dat mens en hond inbreuk op elkaars privacy maken, hoort het initiatief tot ontmoeten en begroeten nooit bij de hond, nooit bij de omgeving, maar altijd bij de BAAS te liggen. Alleen met jouw toestemming mag er contact plaatsvinden. Als je met je hond op straat loopt en je hebt hem aangelijnd, dan heb je hem onder controle. Maak daar ook gebruik van.

Sta consequent niet toe dat de hond zomaar naar mensen toe trekt, ook niet als de mensen hem daartoe uitnodigen. Hij moet gewoon wachten op toestemming van de baas. Zo hou je de situatie controleerbaar. Eenmaal geleerd, zal de hond ook los zich naar behoren weten te gedragen.

Plasdrang van je hond

zindelijk

Lang niet altijd hoge nood

Bij elk begin van een nieuwe basiscursus zijn de pionnen, die ter markering staan, letterlijk de pispaal. Een van de eerste zaken die de honden moeten leren, is dan ook: niet tegen de pionnen plassen. De bazen begrijpen het onmiddellijk: logisch, dat is niet fris. En iedereen laat zich vervolgens naar de eerste beste struik toe trekken. De hond wil immers plassen. En dat is precies de reden waarom we het plassen onder de aandacht brengen. Niet vanwege het bevuilen van de pionnen (er is water en zeep), maar vanwege het verschil tussen moeten en willen.

Moeten plassen

Hierbij wordt de blaas met een forse plas in een keer geleegd, en klaar is kees. Tenzij er sprake is van een medisch probleem, hoeft een volwassen hond in theorie de komende uren niet meer te plassen.

Willen plassen

Hierbij snuffelt de hond veel, plast vaak, maar produceert weinig urine per plas. Hij perst het er als het ware druppelsgewijs uit, verspreid over verschillende plaatsen.

Territoriaal gedrag

Zo vaak (mogelijk) plassen heeft niets met hoge nood te maken, maar is een territoriumkwestie. Hiermee laat de hond andere honden zijn aanwezigheid zien en ruiken. Met het plaatsen van kleine reukvlaggetjes claimt de hond als het ware de rechten op een bepaald gebied.

Dominant gedrag

Territoriaal plassen is een vorm van dominant gedrag. De hond maakt immers duidelijk zijn entree. Een hond die liever niet wil opvallen, laat ook geen breed uitgemeten vlagvertoon zien. Een voor aanvang van de les goed uitgelaten hond moet dus niet nodig, maar heeft gewoon last van territoriumnijd. Reuen hebben dat in de regel vaker dan teven, maar ook een beetje dominante teef kan zich als een echte mannetjesputter laten gelden. Sommige teven laten zelfs een vorm van poot optillen zien. Tijdens het hurken wordt dan de achterpoot geheven. Op dat kleine stukje vierkant waar we lopen, ontstaat dus ineens een enorme plasdrang, als gevolg van dominant gedrag.

Niet toestaan

Er zijn een aantal redenen waarom je beter niet kunt toestaan dat de hond overal en naar believen zijn reukvlag uitzet. Met betrekking tot de lessituatie, is het niet de bedoeling dat de hond zijn eigen doen en laten bepaalt. Je loopt immers cursus omdat je bepaalde grenzen wilt stellen aan het gedrag van de hond. Je wilt niet dat hij aan de lijn trekt, dus leer je hem wat volgen is. Plassen heeft niets met volgen te maken. Op het moment dat de hond plast, onttrekt hij zich aan het volgen. Sta je dat toe, dan beschouwt de hond dat als een vrijbrief en voor je het weet loopt hij gewoon weer zijn eigen zaakjes te regelen. De regels van de baas stellen immers niet veel voor.

Ook met betrekking tot de thuissituatie verandert er dus niet veel. De hond trekt nog steeds, plast waar hij wil, en gedraagt zich dus niet acceptabel ten opzichte van de baas en de omgeving. Bovendien neemt de hond met het plaatsen van een reukvlag een dominant initiatief. Iets dat hij feitelijk aan de baas hoort over te laten. De baas hoort immers de beslissingen te nemen, dus ook waar en wanneer er geplast wordt. Het feit dat de hond dat zelf beslist, maakt dat hij zich dus niet alleen dominant ten opzichte van zijn omgeving gedraagt, maar ook tegenover zijn baas.

Ongecontroleerd plasgedrag

Ongecontroleerd plasgedrag kan tevens leiden tot zwerflust, omdat de hond zijn territorium steeds verder wil uitbreiden, steeds vaker op zichzelf gaat lopen en dus steeds zelfstandiger wordt. Het kan leiden tot onzindelijkheid binnenshuis, omdat de hond ook daar claim op gaat leggen, bijvoorbeeld als er mensen op bezoek zijn met een andere hond. Er zijn zelfs honden bij wie het zover is gekomen dat zij de eigen baas markeren. Al met al reden genoeg om paal en perk te stellen aan het plasgedrag van de hond. Een goede gewoonte die vooral ook voor de hond duidelijkheid schept, is een consequente regelgeving.

Volgen is gewoon volgen, zonder rare fratsen. Uitlaten is snuffelen en doen, waaronder lekker vlaggen. Op het moment dat jij vindt dat het kan, verander je het volgen in uitlaten. Hef het volgen op met bijvoorbeeld "Ga maar!" Daarmee geef je de hond tijdelijk het recht om eigen baas te zijn. Dan mag de hond vrij zijn doen en laten bepalen en markeren dat het een lieve lust is. En daarna neemt de baas het heft weer in eigen handen.

Territoriaal plassen hoort nu eenmaal bij het hond zijn. Als we een hond alles zouden ontzeggen wat hem tot hond maakt, dan kent de stakker straks zijn eigen identiteit niet meer. Vlaggen moet, alleen niet op eigen initiatief. Het moment en de plaats, dat hoort de hond aan de baas over te laten. Daarmee leer je de hond tevens een goede gewoonte aan, namelijk plassen (en poepen) op daartoe geschikte plaatsen. Zo hou je en je hond en je omgeving dik tevreden.

Spelen met je hond

trainen

Spelen is als onderdeel van opvoeding en gehoorzaamheid een oefening op zich. Goed spelen met je hond, daar moet je vaardigheid in krijgen. Door met je hond te spelen maak je hem baasgericht. Daardoor let hij beter op je, reageert hij beter op je, en luistert hij beter naar je. Hoe zet je de hond tot spelen aan, en wat zijn goede spelvormen? Goed spelen met je hond moet je jezelf eigen leren maken. Wanneer je jezelf niet volledig en vol overgave in het spel betrekt, is de lol er gauw af.. De hond verliest de interesse, en richt zijn aandacht op andere zaken. Een goed spelcontact tussen baas en hond is alleen mogelijk wanneer de baas de onverdeelde aandacht heeft. Wanneer je met je hond speelt, trek je dan niets van je omgeving aan. Voel je je beschroomd omdat naar jouw gevoel de hele buurt naar je capriolen loopt te staren, dan kun je nooit Ć©cht intens met je hond spelen!

We hebben voor een aantal spelvormen gekozen die wat extra dimensie geven aan de dagelijkse wandeling, en die tevens in belangrijke mate bijdragen aan de aandachtgerichtheid van de hond. Honden zijn het vaak zo gewoon dat ze door de baas in het oog worden gehouden, dat ze niet meer op de baas letten. De hond kan zijn aandacht dus geheel en al op de omgeving richten, erop vertrouwend dat de baas wel volgt. De hond dwaalt eerder af, want wat zou je je als hond druk maken, met een baas die vanzelf wel opdraaft?

Verstoppertje spelen

Een goed spel, waarbij de hond de baas in het oog leert houden, is verstoppertje. In eerste instantie moet de hond daartoe minder aandacht krijgen dan hij is gewend. Dat betekent geen dingen doen die je normaal gesproken doet om hem maar in de buurt te houden (niet roepen, niet wachten, niet achter hem aan gaan).De hond mag niet voorbereid zijn op wat er gaat gebeuren. En dan ineens duik je weg, achter een boom of zo. De hond, die (nog) niet oplet, komt er meestal pas na een paar minuten achter dat hij je mist. Het begin is er. In plaats van dat de baas naar zijn hond op zoek gaat, gaat de hond nu op zoek naar zijn baas.

En dan ineens, spring je vrolijk te voorschijn, vol enthousiasme over de hereniging. De hond, toch lichtelijk ongerust geraakt, wordt aangestoken door je enthousiasme en vindt het eigenlijk wel een spannend spelletje! Hij blijft alvast wat dichter in de buurt, want van die grote verdwijntruc wil hij het zijne wel even weten. De hond toont zich nieuwsgierig voor het doen en laten van de baas en dat is een goed teken. Natuurlijk moet dit spelletje ook weer niet te vaak gebeuren. De truc is om de hond blijvend alert te houden, en dat gebeurt natuurlijk niet als je continue achter bomen wegspringt. Juist op die momenten dat de hond wat te veel eigen initiatief gaat vertonen, pas je het trucje weer even toe.

Breng ook variatie in het spel. Het moet niet voorspelbaar worden. Niet altijd dezelfde plek, dezelfde boom en dezelfde route aanhouden. Soms laat je je vinden en soms spring je zelf te voorschijn, soms ren je de hond tegemoet en soms ren je van hem weg. Is je hond een echte struiner, maar laat je hem ondanks dat toch graag los lopen, dan is deze foef een echte aanrader.

Speurspelletjes

Een ander leuk spelletje, wat tevens aangelijnd kan gebeuren, is een zoekspel. Daarbij laat je een speeltje, wat je omzichtig in je hand "verstopt" hebt zitten - en wat de hond dus al nieuwsgierig maakt (hee, wat heeft de baas daar?) onopvallend in het gras vallen. Vervolgens speur je heel geconcentreerd de grond af, en de hond speurt wel mee (honden zijn razend nieuwsgierig), waarbij je de bodem hier en daar aan een nader onderzoek onderwerpt, je port eens in de aarde, bestudeert een graspol en je moedigt de hond aan te helpen zoeken.

De aandacht is nu gevangen, de hond wil, koste wat het kost, weten waar de baas zo gefixeerd op is. De hond werkt hard mee, al is het alleen maar om de vondst als eerste te bemachtigen. De ene keer vindt je het zelf, de andere keer laat je het de hond als eerste vinden. Honden zijn dol op speur- en zoekspelletjes, want het is tenslotte een neusdier, en het samen speuren schept een band. De baas houdt zich hier echt bezig met groepsgedrag en, van nature een roedeldier, vindt een hond het heerlijk om zich voor een taak gesteld te zien waar gezamenlijk aan gewerkt kan worden.

Ren- en huppelspelletjes

Houden de aandacht ook goed vast, vooral ook weer door het spanningselement. Ineens zet de baas het op een lopen, staat even plotseling weer stil, loopt dan ineens achteruit, maakt een snelle wending, etc. Wel even opletten of het bij de hond niet al te veel opwinding veroorzaakt. Bij het zien van zoveel bewegingsactiviteit kunnen sommige honden hun enthousiasme niet binnen de perken houden en happen naar de handen, hangen in een mouw of springen hard tegen de baas aan.

Apporteren

Een weggegooid speeltje wil de hond meestal wel achterna rennen. Hij wil het ook nog wel pakken, maar terugbrengen, ho maar. Daarmee trekt de hond de spelregels naar zich toe. Hij gaat er met het speeltje vandoor en geeft de baas het nakijken. En misschien toont de hond helemaal geen interesse. Tot het moment waarop de baas het dan maar zelf gaat ophalen. Dan komt de hond in actie. Gauw weggrissen, voordat de baas het pakt, en een eindje verderop gaan staan blaffen, vragend om herhaling van dat geinige moment. Want wat is er nou leuker dan om de baas voor je te laten draven? Het is niet eenvoudig om een hond te leren apporteren. Onbedoeld en onbewust kunnen we er verkeerd gedrag mee aanleren, zoals bovenstaande voorbeelden.

Aan de andere kant schept het apporteerspel (mits goed aangeleerd) een legio aan gewenst gedrag: het versterkt de band met je hond, je conditioneert de hond op het komen, en het voorkomt het optreden van ongewenst gedrag. Immers, het spel eist alle aandacht op, zodat andere honden (dominant gedrag), fietsers (najagen), wandelaars (opspringen), en wat al niet meer waar een hond afleiding in vindt, worden vergeten.
Bij het leren apporteren dien je de aandacht te vestigen op een voorwerp. Daartoe houdt de baas een speeltje in zijn of haar eigendom. Het speeltje is dus jouw eigendom, de hond mag er nooit alleen mee spelen. Stop het speeltje steeds in dezelfde zak en leg het thuis steeds weg op dezelfde plaats. De aantrekkingskracht van het speeltje wordt groter als het in bezit van een ander is.

Met behulp van het speeltje hou je de aandacht van de hond vast. Daartoe haal je het zo nu en dan te voorschijn. De bedoeling is dat de nieuwsgierigheid van de hond wordt geprikkeld. Een beetje friemelen, een beetje geheimzinnig doen, de hond heel even eraan laten snuffelen, en het speeltje wordt weer opgeborgen, dus op het hoogtepunt van de aandacht. De volgende stap is beweeglijkheid geven aan het speeltje. Daartoe gooi je het in de lucht, vang het op, gooi het van de ene in de andere hand over, kortom, de interactie tussen baas en speeltje moet vooral levendig zijn! Ook hier geldt: op tijd stoppen, dus op een moment dat de hond nog vol aandacht is.

Interesse wekken

Is de interesse eenmaal onvoorwaardelijk gewekt, dan wordt de hond uitgenodigd om aan het spel deel te nemen. Daartoe mag de hond het speeltje even vastpakken, maar nog niet veroveren (je houdt het speeltje dus vast). Tevens ga je de hond trainen op het commando "los". Daartoe hou je je hand stil (dus niet trekken aan het speeltje!). Hou met je andere hand een brokje voor zijn neus en probeer dat te ruilen met het speeltje. Op het moment dat de hond loslaat, geef je het commando los. Trapt de hond niet in het ruilhandeltje, probeer dan iets echt lekkers, bijvoorbeeld een stukje kaas. Laat de hond dan nog niet los, ga dan niet sjorren, maar probeer de situatie te negeren.

Wel vasthouden natuurlijk, maar besteed geen enkele aandacht aan de hond. Als de competitie wegvalt, dan is het lolletje er snel van af. Een laatste optie (voor de echte vasthouders) is met de vingers van je vrije hand dwang uitoefenen (rustig en beheerst) op de wangen. Het spelletje moet leuk blijven. Probeer je met grof geweld het speeltje uit zijn kaken te wrikken, dan wil de hond nooit meer spelen op die manier, of hij speelt alleen nog om te winnen (trekken over en weer geeft competitie!)

Apporteerlust

Is de hond min of meer speeltjesgek gemaakt, dan begint eindelijk het echte werk. Om controle over het spel te houden (voorkomen dat de hond er met het speeltje vandoor gaat) begin je in eerste instantie altijd aangelijnd. Hond aan een lange lijn, speeltje spelen, en de hond mag dit keer het speeltje veroveren (de baas staat het speeltje af). Roep de hond (vrolijk!) naar je toe (eventueel rustig aan de lijn binnenhalen), commando los, belonen! Spelletje herhalen. Nooit te lang achtereen. Twee, drie keer, en dan is het spel over ("genoeg!").Besluit elk spel-einde met wat lekkers (voerbeloning). Laat de hond het speeltje vallen, moedig hem dan 1x aan het speeltje op te pakken en alsnog te brengen. Weigert de hond, stop dan meteen met spelen. Pak het speeltje, en voor je het opbergt, vestig je er de aandacht op door er zelf nog even mee te spelen, waarbij het belangrijk is dat je de hond negeert. Daardoor voelt de hond zich buiten spel gezet. Zo leert hij het spel volgens de regels van de baas te spelen. De baas heeft hem niet nodig om te spelen, maar de hond wel de baas! De afstand bouw je vervolgens uit door het speeltje een eindje van je af te gooien, en de hond het op een vrolijk commando, bijvoorbeeld "pak maar!" te laten halen.

Pas als het apporteren er aan de lange lijn goed inzit, kun je het zonder lijn gaan proberen, en daarbij gooi je het speeltje steeds een stukje verder weg. Het officiƫle commando is overigens "apport!". Welk commando je gebruikt maakt in wezen niet uit, zolang je maar altijd hetzelfde woord gebruikt. Nog een laatste trucje: wat voor spel je ook doet met je hond, beƫindig het altijd eerder dan de hond. Dat wil zeggen: stop op een moment dat de hond het spelletje nog leuk vindt. Zo zal hij er de volgende keer weer met plezier naar uitkijken. Zo hou je je hond alert, enthousiast en vooral baasgericht!

Op de fiets met de hond

fiets

De hond uitlaten door een stukje te fietsen is een goede manier om in een kort tijdsbestek de hond flink te laten rennen. Het is een goede lichaamsbeweging voor de hond, zonder dat de gewrichten te zwaar belast worden. Niet elke hond is geschikt om naast een fiets te lopen. Voor bepaalde hondenrassen is dit veel te belastend. Denk bijvoorbeeld aan een Teckel of een Basset Hound. De bouw van deze honden is niet geschikt voor het rennen naast een fiets. Ook pups en jonge honden mogen nog niet mee met de fiets. Hun gewrichten zijn nog niet volledig ontwikkelt.

Het opbouwen van fietsen

Een hond moet wennen om naast een fiets te lopen. Je kunt een pup alvast kennis laten maken met de fiets. Laat hem aan de fiets snuffelen zodat hij er vertrouwt mee raakt. Als de hond wat ouder is kun je met de fiets aan de hand een rondje lopen. Wanneer de hond gewent is aan de fiets, kun je proberen een stukje te fietsen op een laag tempo. De lijn dient altijd slap te hangen. Een hond moet conditie en eelt opbouwen alvorens je er een flink stuk mee kunt fietsen. Langzaam aan opbouwen is het beste.

Op de fiets

Het is zover, je hond is genoeg getraind om naast de fiets te lopen. Om de nekwervels van je hond niet te beschadigen kun je de hond een tuigje omdoen. Het lichaam vangt dan eventuele schokken op.

Er zijn speciale fietshouders waaraan je de riem kunt vastmaken. Een metalen buis met een veer bevestig je onder het zadel van je fiets. Dit zorgt voor meer veiligheid op de fiets, mocht je hond een onverwachtse beweging maken. Als je in de avond fietst, zorg dan voor voldoende verlichting, ook voor de hond.

Het kiezen van een hondenschool

trainen

Er zijn veel hondenscholen waar je terecht kunt voor verschillende cursussen. Als je interesse hebt in een puppycursus, dan is er vast wel een hondenschool bij je in de buurt te vinden. Je hond ontmoet op een hondenschool verschillende soorten honden en een cursus helpt je met de opvoeding. Voordat je een pup in huis neemt kun je alvast oriƫnteren bij de verschillende aanbieders van cursussen. Soms zijn er wachtlijsten, dan is tijdig inschrijven natuurlijk belangrijk. Elke hondenschool heeft zijn eigen lesmethodes. Welke hondenschool je kiest, zal dan ook afhankelijk zijn van de lesmethode die jou aanspreekt.

Een goede hondenschool

Bij de meeste hondenscholen mag je vooraf een keertje komen kijken. Je maakt dan kennis met de instructeur en je kunt zien hoe het er in een les aan toe gaat. Als er gebruik gemaakt wordt van de positieve lesmethode, dan zal belonen een grote rol spelen. Sommige hondenscholen gebruiken de clicker. Afhankelijk van wat je zelf het prettigst vindt kies je een hondenschool met de lesmethode, welke dicht bij jouw eigen opvoedmethode ligt. De locatie van een hondenschool is ook belangrijk. Een puppycursus dichtbij is handig aangezien je er elke week naar toe moet.

Leven na de puppycursus

Je kunt alleen een puppycursus volgen maar ook vervolgcursussen volgen. Je zet dan de cursus voort en volgt de cursus voor jong volwassen honden. Mits deze natuurlijk gegeven wordt op de hondenschool die je voor ogen hebt. Tijdens een puppycursus draait alles om de socialisatie van je hond en het aanleren van basisvaardigheden. Een vervolgcursus kan een leidraad zijn voor de puberfase waar je hond tussen de zes en twaalf maanden in terecht komt.

Je hond luistert dan ineens slechter en zoekt de grenzen op. Opvoeden begint dan pas echt. Een vervolgcursus is dan geen overbodige luxe.

Het kopen van een puppy

puppy

De knoop is doorgehakt, er komt een hond in huis. Je kunt kiezen voor een hond uit het asiel of je gaat op zoek naar een fokker, waar een nest pasgeboren pups aangeboden wordt. Als je op zoekt naar een puppy bij een fokker dan zijn er een aantal dingen waar je op kunt letten om zo zeker te weten dat je bij een goede fokker een puppy koopt. Alvorens je bij een fokker gaat kijken, is het raadzaam om je te verdiepen in het hondenras. Niet elk hondenras zal namelijk goed bij je gezinssituatie passen.

Bij de fokker

Wanneer je bij de fokker op bezoekt gaat om naar de puppy te kijken kun je gelijk zien of de moederhond aanwezig is en of het nest schoon is. Dit zal bij een goede fokker altijd het geval zijn. De moederhond is belangrijk voor de puppy. Zij zal de pup leren hoe hij zich moet gedragen. Als het nest in huis staat dan is je puppy al gewend aan een huiselijke omgeving. De geluiden en het bezoek, daar zou hij dan niet meer van moeten schrikken. Een sociale, vriendelijke pup komt gelijk naar je toe. Dit is een goed teken.

De formaliteiten

Na zeven weken mag een puppy het nest verlaten, al zal een goede fokker aanraden om de puppy nog een weekje langer te laten blijven. Een goede fokker kijkt altijd naar de ontwikkeling van het nest zelf. Voordat je de pup mee mag nemen is hij al voor de eerste keer ingeƫnt en ontwormd. In het paspoort kun je zien wanneer dit gebeurd is. Rashonden worden bij de fokker gechipt.

Alle rashonden worden geregistreerd bij de Raad van Beheer. Hier krijg je ook papieren van mee zodat je de hond op jouw naam kunt registreren.

Overgewicht bij honden

weegschaal

Bijna de helft van alle honden heeft last van overgewicht. De ene hond iets meer als de ander, maar toch, ze zijn allemaal te zwaar. De honden van nu hebben maar een fijn leventje.

Ze hoeven niet meer te jagen, geen erf te bewaken en elke dag krijgen ze meerdaags een bak met brokken geserveerd. Tussendoor nemen ze een uitgebreid middagdutje en wandelen een kort rondje door de woonwijk. Je hond is niet zomaar een hond, maar een lid van het gezin. Dit betekent een lekker snackje tussendoor en als de hond geluk heeft, krijgt hij restjes van de avondmaaltijd.

Tijd om af te vallen

Als baasje van jouw hond bepaal je zelf wat de hond op een dag eet. Mocht je hond te zwaar zijn dan kun je tussendoortjes beter achterwege laten. Hoe blij je de hond er ook mee maakt, overgewicht heeft net zoals bij mensen consequenties voor de gezondheid van de hond. De gewrichten raken overbelast en de bewegingsvrijheid van je hond wordt beperkter door zijn omvang. Op de verpakking van een zak brokken staat precies aangegeven hoeveel voedsel je hond op een dag nodig heeft. Natuurlijk is een beloning op zijn tijd niet erg, maar met mate.

Lichaamsbeweging

Bewegen is voor de hond belangrijk. Lekker buiten op het grasveld rennen, spelen met andere honden, het maakt niet uit wat voor soort beweging het is. Elke vorm van beweging telt. Je kunt ook kiezen voor een hondensport. Agility, een behendigheidssport voor honden. Agility is een goede manier om sport en spel te combineren. De hond legt dan een parcours van twintig hindernissen af.

Er zijn hondensportverenigingen waar je dit elk weekend kunt doen. Maar je kunt ook gewoon een frisbee gooien of fietsen met de hond. De hond wordt er niet alleen fit van, maar jij ook!

Wat mag een hond absoluut niet eten?

food

Van sommige voedingsmiddelen weten we dat het slecht is voor de gezondheid van de hond, bijvoorbeeld chocolade. Dit bevat het stofje theobromine wat ernstige schade aan het zenuwstelsel en het hart kan toebrengen. Het leidt zelfs tot de dood. Maar er zijn nog heel veel voedingsmiddelen die giftig zijn voor een hond. Wanneer je een moestuin in de tuin hebt is het belangrijk om de hond uit de moestuin te weren. Veel groentes zijn namelijk voor ons gezond, maar voor de hond levensgevaarlijk. Zeker pups hebben de neiging om alles op te eten. Oppassen geblazen dus.

Schadelijke groentes

Onrijpe tomaten en delen van de tomatenplant zijn schadelijk vanwege de tomatine. Van Prei, ui en bieslook kan een hond met het eten van kleine hoeveelheden al erg ziek worden. Het leidt tot bloedarmoede, ook wel de Heinz body bloedarmoede genoemd. Spinazie bevat oxalaat, wat erg schadelijk is voor de nieren. Broccoli is erg slecht verteerbaar voor de hond. Hij wordt dan ook misselijk en krijgt maagkrampen. Rauwe aardappelen bevatten solanine, wat erg giftig is voor de hond. Net zoals tomaten, behoren aardappelen tot de nachtschadefamilie. Wie een moestuin heeft kan deze maar beter omheinen.

Overige giftige voedingsmiddelen

De pitjes van de peer en de appel bevatten blauwzuur. Wanneer een hond op de pitjes bijt komt er blauwzuur vrij. Dit leidt tot verwarring en duizeligheid. De peer zelf is niet erg zo lang het maar ontdaan is van pitten. Als een hond rozijnen en druiven eet zorgt dit voor onherstelbare schade aan de nieren. De pitten van kersen bevatten cyaogenische glycosiden, wat leidt tot hevige misselijkheid.

Champignons en paddenstoelen zorgen voor buikkrampen en stuiptrekkingen. In het bos mag een hond absoluut geen paddenstoelen eten. Blijf altijd alert en geef nooit zomaar voedsel aan een hond.