Beweging

De wereld van de hond

breeds

Een hond heeft voor heel andere dingen belangstelling dan mensen. Zo wil hij bijvoorbeeld zaken waar Wij aan voorbij lopen of zelfs onze neus voor ophalen best nader bestuderen. Weten hondenbaasjes eigenlijk wel waar hun hond naar kijkt, wat hij ruikt en wat hij allemaal hoort? Weten ze in wat voor wereld hun viervoeter leeft? Dat is eigenlijk wel nodig om het gedrag van het dier beter te kunnen begrijpen.

Neem het volgende voorbeeld. Een mens en zijn hond gaan samen wandelen in de stad. De baas loopt langs een kledingzaak en kijkt belangstellend naar de etalage. Vervolgens komt hij bij een boeken winkel waar hij de boeken en tijdschriften uitvoerig bekijkt. Voor de slagerswinkel heeft hij weinig belangstelling. De hond die met zijn baas op deze wandeling meeloopt, zal de wereld heel verschillend ervaren. Aan de kledingzaak loopt hij voorbij. De dingen die daar in de etalage hangen interesseren hem niet. De kledingstukken krijgen pas betekenis voor hem als de baas of een andere huisgenoot ze heeft gedragen en er een lichaamsgeur op heeft achtergelaten. Onze boeken interesseren hem ook niet. Ze zijn voor hem niets dan een onbelangrijke warboel van lijnen en vlakken met bovendien een weinig interessante geur.

De slagerswinkel boeit hem echter veel meer: de lucht van vlees en worst wekken zijn eetlust op en de geur van het vleesafval geeft hem de neiging daar eens flink in te gaan rollen. De hond vraagt zich af hoe zijn baas ongeinteresseerd aan een paaltje voorbij kan lopen dat even verderop staat. Elke reu die daar voorbij is gekomen, heeft er een stevige 'geurvlag' geplant. En, nadat hij de zijne er aan heeft toegevoegd, moet de hond dit eerst allemaal eens rustig be studeren voordat hij verder kan gaan.

Wel en niet interessant

Met name door deze verschillen in belangstelling leeft de mens in een heel andere wereld dan de hond. De belangstelling van het dier is zoals bij elk dier, beperkt tot wat voor hem direct van belang is. Het is de vraag of de hond de spiegel en de schilderijen aan de wand van de huiskamer van zijn baasje werkelijk waarneemt. Van alle dingen op tafel boeien slechts de borden hem, tenminste als die met eten gevuld zijn Het is zelfs niet duidelijk of hij ooit de hemel of de toppen van de bomen ziet, anders dan als achtergrond van een voorbijvliegende eend of een vluchtende kat die de veiligheid van een boom opzoekt.

Hoewel zijn gehoor zeer scherp is, weten we niet of de hond daadwerkelijk naar het gezang van de vogels luistert. Al deze dingen vallen buiten zijn belang stelling Zijn wereld is niet alleen anders, maar ook veel kleiner dan de onze. Mens en hond leven in kwalitatief verschillende werelden, hoe dicht we ook bij elkaar in dezelfde omgeving leven.

De verschillen

Wij kennen als mensen ook verschillen die voortkomen uit interesse. Wanneer een schilder, een bioloog en een ingenieur samen een wandeling door een landschap maken, zullen zij heel ver schillende dingen waarnemen als gevolg van hun verschillende belangstellingssferen. Ook bij dieren onderling verschilt de interesse zeer sterk: een koe heeft voor andere dingen aandacht dan een hond en neemt daardoor andere dingen waar. Terwijl een hond in een weiland de verschillende plantensoorten niet zal onder scheiden, zal een koe het muisje niet zien dat door het gras wegschiet. Deze aandacht hoort bij de vitale behoeften van elk dier. Vandaar dat niet alleen mens en dier onderling in heel verschillende werelden leven, maar ook dieren onderling.

We mogen niet vergeten dat de hond voor alles een reukdier is. Dit betekent dat zijn reukorgaan hem de meeste informatie levert en dat dit ook alle aspecten van zijn leven beheerst. In de tweede plaats komt het gehoor en pas op de derde plaats het zichtvermogen. Bij de mens overheerst het zichtvermogen. Dit is van groot belang bij het maken van vergelijkingen tussen mens en hond. Onze ruimte, dat wil zeggen de ruimte waarin wij leven, is optisch gebouwd. Wij onderscheiden voor, achter, boven en onder in de eerste plaats met onze ogen.

Een wereld van geuren

Als je je dit allemaal realiseert, kun je begrijpen hoe heel anders de hond onze menselijke omgeving beleeft. Want de hond leeft in een wereld van geuren. Zoals voor ons mensen het zichtbare meer betekent, zo zullen er voor de hond als het ware geurtorens zijn die zijn oriëntatie bepalen. Tenslotte moet je je bedenken dat de hond op vier poten loopt waardoor hij zijn hoofd dichter bij de grond draagt. Wij hebben nu eenmaal een andere lichaamsbouw en daarom een ander ruimtelijk schema waarin dingen hun eigen plaats hebben.

Het is voor ieder hondenbaasje van groot belang om dit te beseffen want het kan van doorslaggevende betekenis zijn bij het beoordelen van het gedrag van een hond.

Lichaamstaal bij honden

trainen

Honden communiceren voornamelijk door lichaamstaal. Met de stand van oren en staart en daarbij de rest van het lichaam wordt aangegeven hoe de hond zich voelt. Wij mensen hebben inmiddels haast afgeleerd om te reageren op lichaamstaal. Die heeft plaats gemaakt voor stemgeluid.

Toch is lichaamstaal heel belangrijk (er zijn niet voor niets cursussen voor professionele pokerspelers) en als onze houding niet klopt met wat wij zeggen, voelt dat toch vreemd.

Lichaamstaal zonder confrontatie

Honden die contact zoeken zonder confrontatie, nemen een lagere houding aan ten opzichte van de andere honden. Dit werkt conflict vermijdend en agressie remmend. Honden nodigen elkaar uit tot spel door te zakken door de voorpoten en hun kont de lucht in te gooien. Meestal is de bek hierbij geopend. Wanneer de uitgedaagde partij niet reageert kan een vorm van spanning ontstaan; honden gaan dan kwispelen als vorm of schudden zich uit om te ontladen.

Lichaamstaal met confrontatie

Wanneer een hond wil provoceren, benadert hij met een hoge houding. Hierbij wordt soms gekwispeld maar vaak ook niet. De bek is gesloten en er wordt oogcontact gemaakt. De benaderde hond zal reageren door zijn zijkant te tonen, oogcontact te vermijden en een lagere houding aan te nemen. Vaak worden de nodige stress-signalen getoond. Wanneer de hond met eenzelfde houding reageert, ligt een conflict op de loer.

Als een hond in deze houding op jou afkomt, maak geen oogcontact en draai hem jouw rug toe. Blijf wel staan en ga niet rennen.Verzoek vervolgens de eigenaar zijn hond te roepen.

Conflict vermijden

Conflicten doen zich vrijwel uitsluitend voor wanneer het relatieve houdingsverschil tussen twee honden klein is. Er is dan heel weinig nodig om de vlam in de pan te laten slaan.

We praten hier over sociaal vaardige honden. Honden die het sociaal repertoire onvoldoende of slecht beheersen hebben vaak een lagere agressiedrempel. Wat overigens niet betekent dat honden met een lage agressiedrempel per definitie niet sociaal vaardig zijn. Het is werkelijk fascinerend om te zien als je eenmaal geleerd hebt naar honden te kijken op die manier. Honden gebruiken lichaamstaal om contact te zoeken of juist uit de weg te gaan.

Niet langer dat getrek aan de riem!

vuurwerk

Een methode die je zelf ook kunt toepassen. Veel baasjes gaan bij het opvoeden al de mist in als ze de hond het trekken aan de riem af willen leren. Het trekken aan de riem en aan de halsband heeft een negatief effect op de halswervels, de luchtpijp en de slokdarm. Bovendien kan het terugtrekken bij de baas rugklachten veroorzaken.

Zogenaamde hoofdtuigjes zijn weliswaar effectief en veel honden psychologen staan er volledig achter, maar het is geen diervriendelijke methode en het geeft alleen maar aan dat je jouw hond niet juist hebt opgevoed. Als de hond een borsttuigje draagt, wordt de trekkracht naar zijn borstspieren verplaatst, maar dit zal hem niet overtuigen daarom netjes aan de voet te gaan lopen. Hij zal blijven trekken en hiervan kan hij schade ondervinden. Tuigjes die onder de oksels in het vlees snijden tenslotte, zijn je reinste dierenmishandeling.

Het is tijd voor een nieuwe methode voor het lopen aan de riem waar geen geweld aan te pas komt. Hoe zou je het vinden als je hond uit zichzelf de weg van de minste weerstand kon vinden?

Het is heel eenvoudig:

  • Zoek een weiland of een lege parkeerplaats op
  • Doe de hond een riem om die minstens 5 meter lang is (geen dunne rolriem)
  • Neem ongeveer 20 passen. Kijk de hond niet aan. Praat niet tegen de hond en beloon hem ook niet
  • Blijf enkele seconden staan. De hond snuffelt ergens rond
  • Loop in een hoek van 900 naar rechts verder en zet daarbij eveneens 20 passen. De hond stopt meteen met snuffelen. De hond kijkt om en moet volgen. Belangrijk: gedurende deze oefening wordt geen woord gesproken, al raakt de hond in de riem verstrikt. 'Bevrijd’ hem zonder een woord te zeggen.
  • Loop op deze manier blokjes waarvan de zijlengte telkens 20 passen bedraagt in de richting van de wijzers van de klok. Als de hond niet op je let, trekt de riem aan zijn hals of windt deze zich om zijn poten heen. De hond heeft in de gaten dat je niet kwaad op hem bent, maar dat hij zelf de ruk veroorzaakt en dat hij deze ruk kan ontwijken door zich opjou te concentreren en jou te volgen. Hij zal al snel van zijn fouten leren.
  • Hoe beter de hond op je let, hoe korter je de riem vasthoudt
  • Doe deze oefening tweemaal per dag, maar nooit langer dan 10 à 15 minuten, met een pup slechts 5 minuten.

Spelen met je hond

trainen

Spelen is als onderdeel van opvoeding en gehoorzaamheid een oefening op zich. Goed spelen met je hond, daar moet je vaardigheid in krijgen. Door met je hond te spelen maak je hem baasgericht. Daardoor let hij beter op je, reageert hij beter op je, en luistert hij beter naar je. Hoe zet je de hond tot spelen aan, en wat zijn goede spelvormen? Goed spelen met je hond moet je jezelf eigen leren maken. Wanneer je jezelf niet volledig en vol overgave in het spel betrekt, is de lol er gauw af.. De hond verliest de interesse, en richt zijn aandacht op andere zaken. Een goed spelcontact tussen baas en hond is alleen mogelijk wanneer de baas de onverdeelde aandacht heeft. Wanneer je met je hond speelt, trek je dan niets van je omgeving aan. Voel je je beschroomd omdat naar jouw gevoel de hele buurt naar je capriolen loopt te staren, dan kun je nooit écht intens met je hond spelen!

We hebben voor een aantal spelvormen gekozen die wat extra dimensie geven aan de dagelijkse wandeling, en die tevens in belangrijke mate bijdragen aan de aandachtgerichtheid van de hond. Honden zijn het vaak zo gewoon dat ze door de baas in het oog worden gehouden, dat ze niet meer op de baas letten. De hond kan zijn aandacht dus geheel en al op de omgeving richten, erop vertrouwend dat de baas wel volgt. De hond dwaalt eerder af, want wat zou je je als hond druk maken, met een baas die vanzelf wel opdraaft?

Verstoppertje spelen

Een goed spel, waarbij de hond de baas in het oog leert houden, is verstoppertje. In eerste instantie moet de hond daartoe minder aandacht krijgen dan hij is gewend. Dat betekent geen dingen doen die je normaal gesproken doet om hem maar in de buurt te houden (niet roepen, niet wachten, niet achter hem aan gaan).De hond mag niet voorbereid zijn op wat er gaat gebeuren. En dan ineens duik je weg, achter een boom of zo. De hond, die (nog) niet oplet, komt er meestal pas na een paar minuten achter dat hij je mist. Het begin is er. In plaats van dat de baas naar zijn hond op zoek gaat, gaat de hond nu op zoek naar zijn baas.

En dan ineens, spring je vrolijk te voorschijn, vol enthousiasme over de hereniging. De hond, toch lichtelijk ongerust geraakt, wordt aangestoken door je enthousiasme en vindt het eigenlijk wel een spannend spelletje! Hij blijft alvast wat dichter in de buurt, want van die grote verdwijntruc wil hij het zijne wel even weten. De hond toont zich nieuwsgierig voor het doen en laten van de baas en dat is een goed teken. Natuurlijk moet dit spelletje ook weer niet te vaak gebeuren. De truc is om de hond blijvend alert te houden, en dat gebeurt natuurlijk niet als je continue achter bomen wegspringt. Juist op die momenten dat de hond wat te veel eigen initiatief gaat vertonen, pas je het trucje weer even toe.

Breng ook variatie in het spel. Het moet niet voorspelbaar worden. Niet altijd dezelfde plek, dezelfde boom en dezelfde route aanhouden. Soms laat je je vinden en soms spring je zelf te voorschijn, soms ren je de hond tegemoet en soms ren je van hem weg. Is je hond een echte struiner, maar laat je hem ondanks dat toch graag los lopen, dan is deze foef een echte aanrader.

Speurspelletjes

Een ander leuk spelletje, wat tevens aangelijnd kan gebeuren, is een zoekspel. Daarbij laat je een speeltje, wat je omzichtig in je hand "verstopt" hebt zitten - en wat de hond dus al nieuwsgierig maakt (hee, wat heeft de baas daar?) onopvallend in het gras vallen. Vervolgens speur je heel geconcentreerd de grond af, en de hond speurt wel mee (honden zijn razend nieuwsgierig), waarbij je de bodem hier en daar aan een nader onderzoek onderwerpt, je port eens in de aarde, bestudeert een graspol en je moedigt de hond aan te helpen zoeken.

De aandacht is nu gevangen, de hond wil, koste wat het kost, weten waar de baas zo gefixeerd op is. De hond werkt hard mee, al is het alleen maar om de vondst als eerste te bemachtigen. De ene keer vindt je het zelf, de andere keer laat je het de hond als eerste vinden. Honden zijn dol op speur- en zoekspelletjes, want het is tenslotte een neusdier, en het samen speuren schept een band. De baas houdt zich hier echt bezig met groepsgedrag en, van nature een roedeldier, vindt een hond het heerlijk om zich voor een taak gesteld te zien waar gezamenlijk aan gewerkt kan worden.

Ren- en huppelspelletjes

Houden de aandacht ook goed vast, vooral ook weer door het spanningselement. Ineens zet de baas het op een lopen, staat even plotseling weer stil, loopt dan ineens achteruit, maakt een snelle wending, etc. Wel even opletten of het bij de hond niet al te veel opwinding veroorzaakt. Bij het zien van zoveel bewegingsactiviteit kunnen sommige honden hun enthousiasme niet binnen de perken houden en happen naar de handen, hangen in een mouw of springen hard tegen de baas aan.

Apporteren

Een weggegooid speeltje wil de hond meestal wel achterna rennen. Hij wil het ook nog wel pakken, maar terugbrengen, ho maar. Daarmee trekt de hond de spelregels naar zich toe. Hij gaat er met het speeltje vandoor en geeft de baas het nakijken. En misschien toont de hond helemaal geen interesse. Tot het moment waarop de baas het dan maar zelf gaat ophalen. Dan komt de hond in actie. Gauw weggrissen, voordat de baas het pakt, en een eindje verderop gaan staan blaffen, vragend om herhaling van dat geinige moment. Want wat is er nou leuker dan om de baas voor je te laten draven? Het is niet eenvoudig om een hond te leren apporteren. Onbedoeld en onbewust kunnen we er verkeerd gedrag mee aanleren, zoals bovenstaande voorbeelden.

Aan de andere kant schept het apporteerspel (mits goed aangeleerd) een legio aan gewenst gedrag: het versterkt de band met je hond, je conditioneert de hond op het komen, en het voorkomt het optreden van ongewenst gedrag. Immers, het spel eist alle aandacht op, zodat andere honden (dominant gedrag), fietsers (najagen), wandelaars (opspringen), en wat al niet meer waar een hond afleiding in vindt, worden vergeten.
Bij het leren apporteren dien je de aandacht te vestigen op een voorwerp. Daartoe houdt de baas een speeltje in zijn of haar eigendom. Het speeltje is dus jouw eigendom, de hond mag er nooit alleen mee spelen. Stop het speeltje steeds in dezelfde zak en leg het thuis steeds weg op dezelfde plaats. De aantrekkingskracht van het speeltje wordt groter als het in bezit van een ander is.

Met behulp van het speeltje hou je de aandacht van de hond vast. Daartoe haal je het zo nu en dan te voorschijn. De bedoeling is dat de nieuwsgierigheid van de hond wordt geprikkeld. Een beetje friemelen, een beetje geheimzinnig doen, de hond heel even eraan laten snuffelen, en het speeltje wordt weer opgeborgen, dus op het hoogtepunt van de aandacht. De volgende stap is beweeglijkheid geven aan het speeltje. Daartoe gooi je het in de lucht, vang het op, gooi het van de ene in de andere hand over, kortom, de interactie tussen baas en speeltje moet vooral levendig zijn! Ook hier geldt: op tijd stoppen, dus op een moment dat de hond nog vol aandacht is.

Interesse wekken

Is de interesse eenmaal onvoorwaardelijk gewekt, dan wordt de hond uitgenodigd om aan het spel deel te nemen. Daartoe mag de hond het speeltje even vastpakken, maar nog niet veroveren (je houdt het speeltje dus vast). Tevens ga je de hond trainen op het commando "los". Daartoe hou je je hand stil (dus niet trekken aan het speeltje!). Hou met je andere hand een brokje voor zijn neus en probeer dat te ruilen met het speeltje. Op het moment dat de hond loslaat, geef je het commando los. Trapt de hond niet in het ruilhandeltje, probeer dan iets echt lekkers, bijvoorbeeld een stukje kaas. Laat de hond dan nog niet los, ga dan niet sjorren, maar probeer de situatie te negeren.

Wel vasthouden natuurlijk, maar besteed geen enkele aandacht aan de hond. Als de competitie wegvalt, dan is het lolletje er snel van af. Een laatste optie (voor de echte vasthouders) is met de vingers van je vrije hand dwang uitoefenen (rustig en beheerst) op de wangen. Het spelletje moet leuk blijven. Probeer je met grof geweld het speeltje uit zijn kaken te wrikken, dan wil de hond nooit meer spelen op die manier, of hij speelt alleen nog om te winnen (trekken over en weer geeft competitie!)

Apporteerlust

Is de hond min of meer speeltjesgek gemaakt, dan begint eindelijk het echte werk. Om controle over het spel te houden (voorkomen dat de hond er met het speeltje vandoor gaat) begin je in eerste instantie altijd aangelijnd. Hond aan een lange lijn, speeltje spelen, en de hond mag dit keer het speeltje veroveren (de baas staat het speeltje af). Roep de hond (vrolijk!) naar je toe (eventueel rustig aan de lijn binnenhalen), commando los, belonen! Spelletje herhalen. Nooit te lang achtereen. Twee, drie keer, en dan is het spel over ("genoeg!").Besluit elk spel-einde met wat lekkers (voerbeloning). Laat de hond het speeltje vallen, moedig hem dan 1x aan het speeltje op te pakken en alsnog te brengen. Weigert de hond, stop dan meteen met spelen. Pak het speeltje, en voor je het opbergt, vestig je er de aandacht op door er zelf nog even mee te spelen, waarbij het belangrijk is dat je de hond negeert. Daardoor voelt de hond zich buiten spel gezet. Zo leert hij het spel volgens de regels van de baas te spelen. De baas heeft hem niet nodig om te spelen, maar de hond wel de baas! De afstand bouw je vervolgens uit door het speeltje een eindje van je af te gooien, en de hond het op een vrolijk commando, bijvoorbeeld "pak maar!" te laten halen.

Pas als het apporteren er aan de lange lijn goed inzit, kun je het zonder lijn gaan proberen, en daarbij gooi je het speeltje steeds een stukje verder weg. Het officiële commando is overigens "apport!". Welk commando je gebruikt maakt in wezen niet uit, zolang je maar altijd hetzelfde woord gebruikt. Nog een laatste trucje: wat voor spel je ook doet met je hond, beëindig het altijd eerder dan de hond. Dat wil zeggen: stop op een moment dat de hond het spelletje nog leuk vindt. Zo zal hij er de volgende keer weer met plezier naar uitkijken. Zo hou je je hond alert, enthousiast en vooral baasgericht!

Het kiezen van de juiste hondenhalsband

halsband

Een goede halsband en lijn heb je nodig om je hond uit te kunnen laten. Als je de lijn pakt weet je hond al hoe laat het is, namelijk tijd voor een wandeling. Er zijn verschillende soorten halsbanden en lijnen verkrijgbaar. Je kiest een halsband niet alleen uit functioneel oogpunt, maar het oog wil ook wat. Om de juiste hondenhalsband te kunnen uitkiezen, is het belangrijk om de maat van de nek op te meten. Tevens speelt de leeftijd van je hond een rol en het loopgedrag van de hond speelt mee in de keuze.

Van hip tot functioneel

Er zijn hondenhalsbanden van verschillende materialen verkrijgbaar. Leer is erg duurzaam. Nylon is licht, goedkoop en flexibel. Metalen halsbanden zijn redelijk zwaar, maar gaan wel lang mee. Voor een pup kun je het beste kiezen voor licht materiaal, zoals nylon. Onder de halsband van de hond kun je het beste twee vingers ruimte over laten. Anders gaat de halsband snijden in de hals van de hond. Leren halsbanden zijn verkrijgbaar in verschillende kleuren. Deze kunnen tevens versiert zijn met studs, spikes of strass steentjes. Dit geeft de halsband net even een andere look.

Aan de lijn

Een lijn dient ongeveer 130 tot 150 centimeter lang te zijn. Een kortere lijn geeft teveel spanning en dit loopt niet prettig. Een te lange lijn geeft struikelgevaar. Je hond kan snel struikelen over de lange lijn. Een flexi lijn is een betere optie. De lijn kan op gewenste momenten langer, maar het rolt zich ook weer vanzelf op in het handvat als de hond naar je toe komt.

Er zijn ook modieuze tuigjes of harnassen verkrijgbaar. Reflecterend, bewerkt met spikes, metalen details, ook hierin is volop keuze. Een harnas is geschikt voor honden die niet aan de lijn trekken.

Op de fiets met de hond

fiets

De hond uitlaten door een stukje te fietsen is een goede manier om in een kort tijdsbestek de hond flink te laten rennen. Het is een goede lichaamsbeweging voor de hond, zonder dat de gewrichten te zwaar belast worden. Niet elke hond is geschikt om naast een fiets te lopen. Voor bepaalde hondenrassen is dit veel te belastend. Denk bijvoorbeeld aan een Teckel of een Basset Hound. De bouw van deze honden is niet geschikt voor het rennen naast een fiets. Ook pups en jonge honden mogen nog niet mee met de fiets. Hun gewrichten zijn nog niet volledig ontwikkelt.

Het opbouwen van fietsen

Een hond moet wennen om naast een fiets te lopen. Je kunt een pup alvast kennis laten maken met de fiets. Laat hem aan de fiets snuffelen zodat hij er vertrouwt mee raakt. Als de hond wat ouder is kun je met de fiets aan de hand een rondje lopen. Wanneer de hond gewent is aan de fiets, kun je proberen een stukje te fietsen op een laag tempo. De lijn dient altijd slap te hangen. Een hond moet conditie en eelt opbouwen alvorens je er een flink stuk mee kunt fietsen. Langzaam aan opbouwen is het beste.

Op de fiets

Het is zover, je hond is genoeg getraind om naast de fiets te lopen. Om de nekwervels van je hond niet te beschadigen kun je de hond een tuigje omdoen. Het lichaam vangt dan eventuele schokken op.

Er zijn speciale fietshouders waaraan je de riem kunt vastmaken. Een metalen buis met een veer bevestig je onder het zadel van je fiets. Dit zorgt voor meer veiligheid op de fiets, mocht je hond een onverwachtse beweging maken. Als je in de avond fietst, zorg dan voor voldoende verlichting, ook voor de hond.

Het kiezen van een hondenschool

trainen

Er zijn veel hondenscholen waar je terecht kunt voor verschillende cursussen. Als je interesse hebt in een puppycursus, dan is er vast wel een hondenschool bij je in de buurt te vinden. Je hond ontmoet op een hondenschool verschillende soorten honden en een cursus helpt je met de opvoeding. Voordat je een pup in huis neemt kun je alvast oriënteren bij de verschillende aanbieders van cursussen. Soms zijn er wachtlijsten, dan is tijdig inschrijven natuurlijk belangrijk. Elke hondenschool heeft zijn eigen lesmethodes. Welke hondenschool je kiest, zal dan ook afhankelijk zijn van de lesmethode die jou aanspreekt.

Een goede hondenschool

Bij de meeste hondenscholen mag je vooraf een keertje komen kijken. Je maakt dan kennis met de instructeur en je kunt zien hoe het er in een les aan toe gaat. Als er gebruik gemaakt wordt van de positieve lesmethode, dan zal belonen een grote rol spelen. Sommige hondenscholen gebruiken de clicker. Afhankelijk van wat je zelf het prettigst vindt kies je een hondenschool met de lesmethode, welke dicht bij jouw eigen opvoedmethode ligt. De locatie van een hondenschool is ook belangrijk. Een puppycursus dichtbij is handig aangezien je er elke week naar toe moet.

Leven na de puppycursus

Je kunt alleen een puppycursus volgen maar ook vervolgcursussen volgen. Je zet dan de cursus voort en volgt de cursus voor jong volwassen honden. Mits deze natuurlijk gegeven wordt op de hondenschool die je voor ogen hebt. Tijdens een puppycursus draait alles om de socialisatie van je hond en het aanleren van basisvaardigheden. Een vervolgcursus kan een leidraad zijn voor de puberfase waar je hond tussen de zes en twaalf maanden in terecht komt.

Je hond luistert dan ineens slechter en zoekt de grenzen op. Opvoeden begint dan pas echt. Een vervolgcursus is dan geen overbodige luxe.

Overgewicht bij honden

weegschaal

Bijna de helft van alle honden heeft last van overgewicht. De ene hond iets meer als de ander, maar toch, ze zijn allemaal te zwaar. De honden van nu hebben maar een fijn leventje.

Ze hoeven niet meer te jagen, geen erf te bewaken en elke dag krijgen ze meerdaags een bak met brokken geserveerd. Tussendoor nemen ze een uitgebreid middagdutje en wandelen een kort rondje door de woonwijk. Je hond is niet zomaar een hond, maar een lid van het gezin. Dit betekent een lekker snackje tussendoor en als de hond geluk heeft, krijgt hij restjes van de avondmaaltijd.

Tijd om af te vallen

Als baasje van jouw hond bepaal je zelf wat de hond op een dag eet. Mocht je hond te zwaar zijn dan kun je tussendoortjes beter achterwege laten. Hoe blij je de hond er ook mee maakt, overgewicht heeft net zoals bij mensen consequenties voor de gezondheid van de hond. De gewrichten raken overbelast en de bewegingsvrijheid van je hond wordt beperkter door zijn omvang. Op de verpakking van een zak brokken staat precies aangegeven hoeveel voedsel je hond op een dag nodig heeft. Natuurlijk is een beloning op zijn tijd niet erg, maar met mate.

Lichaamsbeweging

Bewegen is voor de hond belangrijk. Lekker buiten op het grasveld rennen, spelen met andere honden, het maakt niet uit wat voor soort beweging het is. Elke vorm van beweging telt. Je kunt ook kiezen voor een hondensport. Agility, een behendigheidssport voor honden. Agility is een goede manier om sport en spel te combineren. De hond legt dan een parcours van twintig hindernissen af.

Er zijn hondensportverenigingen waar je dit elk weekend kunt doen. Maar je kunt ook gewoon een frisbee gooien of fietsen met de hond. De hond wordt er niet alleen fit van, maar jij ook!

Gezondheidsvragen voor honden

doctor

In dit artikel behandelen wij de meest gestelde gezondheidsvragen over honden. Weet jij bijvoorbeeld al wanneer jij je hond moet inenten en chippen? Of wanneer je hond loops wordt? Op deze vragen en meer geven wij kort antwoord, zodat jij direct weet wat je moet weten.

Wanneer moet je honden inenten?

In de eerste weken wordt een pup beschermd tegen hondenziektes door afweerstoffen in de moedermelk. Omdat deze stoffen worden afgebroken, is het belangrijk om de pup vanaf zes weken oud te laten inenten. Hierdoor gaat hij zelf antistoffen opbouwen. Meestal wordt deze eerste inenting gedaan terwijl de pup nog bij de fokker is. Na deze eerste inenting krijgt je hond een dierenpaspoort, waarin staat welke vaccinatie is gegeven.

Als je een hond aanschaft, is het altijd handig om dit dierenpaspoort op te vragen en te vragen wanneer een herhalingsprik nodig is. Meestal is dit wanneer de hond negen en twaalf weken oud is. Heb je deze informatie niet? Neem dan contact op met de dierenarts. Ook als je je hond meeneemt op vakantie is het belangrijk om na te vragen aan de dierenarts of er extra vaccinaties nodig zijn.

Wanneer moet je honden trimmen?

Ieder hondenras heeft een ander type vacht. Dit betekent ook dat iedere hond een andere manier van verzorging nodig heeft. Weet je niet zeker wanneer jouw hond getrimd moet worden? Dan kan je het beste contact opnemen met een trimsalon. Niet alleen geven ze je advies over wanneer je je hond moet laten trimmen, ze geven je ook algemene tips over de verzorging van de vacht van je hond. Met dit advies voorkom je vachtproblemen bij je hond.

Let er wel op dat er juist advies wordt gegeven, door te checken of de medewerkers bij de trimsalon een diploma hebben. Dit is namelijk niet verplicht, maar wel noodzakelijk als je er zeker van wilt zijn dat jouw hond in goede handen is.

Wanneer zijn honden loops?

De vrouwelijke hond, een teef, is meestal twee keer per jaar loops. Deze loopsheid duurt gemiddeld drie weken, waarvan de teef maar een paar dagen echt vruchtbaar is. Een kleine hond wordt voor het eerst loops als zij tussen de zes en tien maanden oud is. Bij grotere honden is dit tussen de tien en zestien maanden. Honden blijven hun hele leven loopsheid houden, terwijl ze wanneer ze ouder worden wel minder vruchtbaar worden.

Wanneer wisselen hondentanden?

Net zoals mensen, hebben honden ook eerst een melkgebit en daarna een blijvend gebit. Vanaf twee weken na de geboorte van de pup komen de tanden door. Wanneer de tanden daadwerkelijk worden gewisseld verschilt per hondenras. Zo wisselen grote honden eerder hun melktanden in voor blijvende tanden dan kleinere honden. Als je merkt dat je hond meer bijt dan normaal, kan dit een teken zijn dat hij aan het wisselen is. Ook kunnen ze meer speeksel en diarree hebben. Merk je dat de melktand nog in het gebit zit terwijl de blijvende tand al zichtbaar is? Dan is het goed om even langs de dierenarts te gaan. Dit kan namelijk voor afwijkingen en ontstekingen zorgen.

Is honden chippen verplicht?

Voor honden die na 2013 zijn geboren is chippen verplicht. Voor nieuw geboren pups moet dit binnen zeven weken na de geboorte. Binnen acht weken moet de geboorte zijn geregistreerd bij de databank. Honden die worden geïmporteerd moeten gechipt zijn en binnen twee weken worden geregistreerd. Dit geldt niet voor een verblijf korter dan drie maanden.

Heb jij nog andere gezondheidsvragen waar jij antwoord op wilt hebben? Is er iets uit dit artikel wat je nog niet helemaal begrijpt? Neem dan contact met ons op.

Zes hondenspeeltjes die jouw hond moet hebben!

beagle-pup

Heb jij een nieuwe hond? Of zijn je huidige hondenspeeltjes kapot? Dan is het hoog tijd voor een aantal nieuwe hondenspeeltjes. Met deze acht hondenspeeltjes maak jij jouw hond het gelukkigst.

1. Rubberen bal

Het is een klassieker, omdat vrijwel iedere hond ervan houdt. De rubberen bal is ideaal om te gebruiken voor het apporteren, maar wordt ook als kauwspeelgoed gebruikt. De rubberen bal van Chuckit is gemaakt van natuurrubber, waardoor er geen vreemde chemicaliën inzitten. Ook is een rubberen bal erg duurzaam. De rubberen bal stuitert hoog, is te gebruiken in het water én is snel schoon te maken. Dit hondenspeeltje echte aanwinst om te hebben.

2. Hondenzwembad

Met de zomer om de hoek moet je natuurlijk wel een manier hebben om je hond te laten afkoelen. Daarom raden wij je aan om een hondenzwembadje aan te schaffen. Hondenzwembaden zijn vaak in verschillende maten beschikbaar, zodat zowel kleine en grote honden verkoeling kunnen vinden. Je kiest voor een gemakkelijk op te zetten zwembad met anti-slipbodem zoals die van Adori en jouw hond zit binnen de kortste keren lekker in het water.

3. Intelligentiespeeltje

Heeft jouw hond meer mentale stimulatie nodig? Met een intelligentiespeeltje zorg je dat jouw hond zich nooit verveelt. Daarnaast belonen dergelijke hondenspeeltjes de nieuwsgierigheid van je hond. Een voorbeeld van een intelligentiespeeltje is de Bone Slots Hondenpuzzel van iQuties. Je verstopt een hondenkoekje in een van de tien verstopplaatsen en geeft je hond een uitdaging. Een speeltje voor echte speurneuzen.

4. Kauwspeelgoed

Je geeft je hond een hondenkoekje, hij heeft hem binnen een paar seconden op en kijkt je direct weer aan met een nieuwsgierige blik: ‘mag ik er nog één?’ Vele hondeneigenaren zullen zich hierin herkennen. Met een kauwbaar hondenspeeltje met daarin een beloning is jouw hond wel even zoet. Stop er lekkers in zoals een hondenkoekje, pindakaas of gewone hondenbrokken.

5. Snuffelmat

Een snuffelmat is ideaal voor kleine én grote honden. Het idee is simpel, je verstopt een aantal hondenkoekjes in de stroken van de mat en de hond gebruikt zijn neus om de koekjes op te speuren. De moeilijkheid van het ‘spel’ bepaal je zelf, verstop je de koekjes diep in de mat of leg je ze bovenaan? De snuffelmat is daarnaast erg goed te gebruiken om je hond af te leiden van stressvolle momenten.

6. Werpstick

Als je zelf niet heel actief bent kan voor je hond lastig zijn om voldoende beweging te krijgen. Met een werpstick kan je op één plek blijven staan, terwijl jouw hond heen en weer rent. Je gooit gemakkelijk een tennisbal ver weg, waarna je hond hem weer terug komt brengen. Zo gaat hij zich niet vervelen en kan hij snel veel energie kwijt. Daarnaast is het natuurlijk leuk om samen te doen.

Het hondenspeeltje voor jouw hond

Welk hondenspeeltje het beste is voor jouw hond, kan je alleen bepalen door het uit te testen. Koop daarom een variatie aan speeltjes en kijk waar jouw hond het beste op reageert.